TERUG NAAR DE “LIGNE MAGINOT” van 2 tot 9 april 2005.

 

Onze reisleiders, Rita, Lisette, Pierre en Willy, hadden voor het Duitse stadje Merzig gekozen als verzamelplaats voor de 22 deelnemende motorhomes, bemand met een zwerversvolkje van 42 eenheden. Alhoewel de afspraak gold voor zaterdagmiddag 2 april, stonden er op vrijdagavond reeds 9 wagens netjes op een rij. In de loop van zaterdagvoormiddag volgden de overigen op een paar na.

De eerste briefing om 13 u 30’ door onze alomgekende Pierre, die op zijn geëigende, schalkse en met humor gekruide manier, ons te kennen gaf welke de gedragscode was tijdens deze zwerftocht, maar ons ook verraste met een georganiseerd uitstapje naar het nabijgelegen Wolvenpark. Hier waren we getuigen van een wel heel bijzondere vriendschap of moeten we spreken van verwantschap tussen één mens en verschillende roedels wolven. Bioloog en etholoog Werner Freund leeft al meer dan 30 jaar als wolf onder de wolven en wordt als ‘Alfa wolf’ door elke roedel gerespecteerd en geliefd. Toen hij het wolventerritorium betrad zagen we een enig tafereel: wanneer hij zich op een boomstam neerzat werd hij verwelkomd met overvloedige liefkozingen en gelik van zowel de Alfa wolf als de Alfa wolvin. Het deed ons denken aan onze eigen, trouwe hond. Toen de wolven, na hun maaltijd, afdropen deden wij hetzelfde, ons onderweg afvragend hoe erg het voor deze dieren zal worden wanneer deze, toch al bejaarde man, niet meer van deze wereld zal zijn.

Terug op de parking, genoten we van de zon en mekaars gezelschap. Om 18 u 30’ gaf Pierre zijn eerste ‘Maginotbriefing’. Zijn lieftallige ‘hostessen’ Rita en Lisette bedeelden ondertussen het programma van de volgende dag te samen met de documentatie hierover. Op het einde van zijn plezante raadgevingen werden we aan tafel uitgenodigd in het ‘Saarfurst Brauhaus’. Hier had de leiding onze eerste euro’s geïnvesteerd in een gezamenlijke maaltijd. Het was lekker eten en er heerste een prima sfeer. Wie nog een toetje wilde moest de plaatselijke ‘gazet’ raadplegen om een keuze te maken. Tè lang mochten we het echter niet trekken, we waren gewaarschuwd: morgen de langste rit (162 km.) in 2 etappes.

Zondag morgen ten laatste 8 u 30’, iedereen op pad richting Frankrijk: naar Siersthal voor een bezoek aan onze eerste bunker ‘Simserhof’, zo was het toch geprogrammeerd. We moesten genoegen nemen met een afdaling tot bij het fort. Men had de heropening, na nieuwe aanpassingswerken, met een maand uitgesteld; dit tot grote ontgoocheling van onze inrichters. Zij werden daarvan pas drie weken op voorhand verwittigd, te laat om een alternatief te vinden. Wij betreurden het voorval samen met hen. Omdat de parkeergelegenheid ter plaatse ook nog een enorme puinhoop was, maakte een deel van de groep een ommetje naar de ‘Citadel van Bitche’ voor de boterhampauze.

Om de ontgoocheling te milderen gaf Pierre wat meer info over de ‘Ligne Maginot’. Deze verdedigingslijn van meer dan 700 km. gaande van de Frans-Duitse grens in de Elzas tot in de nabijheid van het Zuidfranse Nice kwam er onder de toenmalige minister van oorlog: André Maginot.Vandaar de naam.

 Het voornaamste kenmerk van deze ‘bunkerlijn’ was dat ze zich +/- 30 meter onder de grond bevond en er om de 4 à 5 km. een ander bouwwerk was, groot of klein, maar geen onderlinge, rechtstreekse verbinding tussen de werken was. Het hele project was meer economisch (werkloosheid verminderen) dan militair-strategisch bedacht en werd gerealiseerd tussen 1930 en 1938. Omdat men een oorlog vermoedde zoals deze van ’14-18  bleek het gigantische werk voorbijgestreefd in 1940 en diende het uiteindelijk tot niets. Zo is het vandaag praktisch ongeschonden (op één na), door ons te bezoeken.

Onze tweede verzamelplaats was Hatten. Voor we zover waren genoten we onderweg van mooie landschappen en schilderachtige dorpjes, kunstig in elkaar gepuzzeld met de meest knappe vakwerkhuizen zoals o.a. Wörth, Merkwiller. Aangekomen in Hatten bij de ‘Musée de l’Abri’ waren we van één ding zeker: we gingen een rustige nacht tegemoet. Nu naar het museum! Binnen het gebouw staat een indrukwekkende verzameling Duitse en Amerikaanse voertuigen, (tegenover elkaar zoals toen) en nog operationeel. De verzameling buiten bestond meer uit afgedankte tuigen waaronder enkele Mig’s en twee Joekels helicopters. Eén hiervan diende tot plezier van ex DDR president Honecker. In het bunker-museum, erg koud, kregen we het verhaal te zien van de ‘slag om Hatten’. Deze had plaats een paar weken na het Ardennenoffensief met de slag om Bastogne. Ze hadden een vergelijkbaar verloop. Het museumcomplex geldt als memorial voor de 83 burgers, de 1155 Amerikanen en de +/- 2000 Duitse slachtoffers. Er staan 83 bomen voor de Hattenaren, het dorp werd trouwens totaal vernietigd.

Een nieuwe dag: maandag 3 bezoek van een volgend Fort: ‘Schoenenbourg’. Een zeer bedrijvige, vrouwelijke gids vertelde ons in het Frans en het Duits de geschiedenis ervan. Het is slechts gedurende 10 maanden bemand geweest en dit geldt trouwens ook voor de meeste. Ruim twee uur wandelden wij doorheen dit kille bouwwerk, 30 meter ondergronds. We zagen indrukwekkende machinekamers, een enorme electriciteitscentrale, de keukens en het troepenverblijf, kortom alle infrastructuren om te overleven. Het is nauwelijks denkbaar dat mensen hier dag in, dag uit moesten werken en slapen in een constante, klamme en koude omgeving met het oorverdovend lawaai van motoren, machines en zo meer. Hier soldaat zijn leek mij een zware straf. Onze bezoektijd bleek tekort, in sneltempo moesten we de 600 meter lange gangen  terug voor een even snelle lunchhap in onze motorhome. Om 13 u 15’ hadden we afspraak in Merkwiller-Pechelbronn voor het bezoek aan het petroleummuseum.

Hier gaf een andere, lieve dame, een gedetailleerde uiteenzetting over de vroegere oliewinning in deze omgeving. Men ontdekte hier aardolie via de everzwijnen en het vervuilde oppervlaktewater. Later werd er geboord en ontgonnen met behulp van pompen. Onder het merk ‘Antar’ werden de afgeleide producten verkocht. Pas in 1970 werd de raffinaderij ontmanteld wegens onrendabele exploitatie.

Ons dagprogramma was nog niet ten einde. Het volgende bezoek bracht ons in een andere wereld: deze van de geestrijke drank. In Lobsann werden we verwelkomd door meneer Hoeffler die nog distilleert op ambachtelijke wijze. Op een humoristische manier (à la Pierre) maakte hij ons diets hoe hij, geassisteerd door zijn eega, dat klaarspeelt. Er volgde een uitgebreide proeverij van alle soorten bessenjenevers (eaux de vie) en likeuren. Te oordelen naar de verkoop vielen zijn producten zeer in de smaak.

Nog was de dag niet af, we moesten nog 30 km. verder naar Sturzelbronn naar camping ‘La Bremendell’. Hier leek het wel een beetje het einde van de wereld: geen GSM ontvangst en rustig, rustig. Het was hier heerlijk vertoeven. De meeste, onder ons, profiteerden om een warme maaltijd te nemen in het restaurantje. Het eten was uitstekend evenals de sfeer onder de ‘Zwervers’: ze zullen ons daar nog niet snel vergeten zijn.

We genoten van een heerlijke, rustige nacht en het werd dinsdag.

Reeds zeer vroeg hadden we het druk! Poetsen, water tanken en maar lozen (manueel). Een hele processie kakbakken passeerden, gemak en ongemak. Onder de baan ontmoetten we mekaar in het tankstation of bij de inkopen in het grootwarenhuis. Zo is ons zwerversleven. Kort na de middag waren we weer samen in Rohrbach lès Bitche voor een bezoek aan ‘Fort Casso’. We werden in twee groepen gesplitst: een Franstalige en een Duitstalige met dito gids. Dit Fort omvat 3 bunkers met een Y vormig gangenstelsel. De voorste twee waren de geschutsbunkers, richting Duitse grens. Toen in 1939 de oorlog uitbrak, waren deze bunker-inrichtingen nog niet voltooid: men moest in allerijl een handbediende geschutskoepel uit 1905 (reserve van W.O.I) in stelling brengen om het geheel in de frontlinie operationeel te maken. Wanneer, in juni 1940, de capitulatie van Frankrijk een feit was en men dit telefonisch doorgaf aan de Maginot-bevelhebbers langs de Duitse grens, weigerden deze het gevecht te stoppen. Zij wachtten op een schriftelijke bevestiging, deze kwam twee weken later en dan stopten pas de gevechten. De Elzassers onder de troepen werden ingelijfd in het Duitse leger en ingezet aan het Russisch front. De overige Fransen stuurde men als krijgsgevangenen naar werkkampen in het Oosten.

Bij de vele eigenaardigheden in dit complex zagen we ook een borstbeeld van André Maginot; dit werd er geïnstalleerd als dank voor de oprichting en financiering van deze 700 km. lange verdedigingslijn. Maginot stierf echter voor het einde van de verwezenlijking van zijn idee. Onze inspanningen voor dit bezoek (vele trappen naar beneden en terug naar boven) werden op het einde beloond met een drankje en dit in de kantine van het bunkercomplex, uitgebaat door de vrijwilligers-gidsen. Alle lof voor deze mensen die zich dagelijks inspannen om de geschiedenishonger van de bezoekers te stillen.

Na de briefing en het avondeten was er nog een gezellig samenzijn voorzien met het traditionele hapje en drankje… We kregen de ontvangstzaal te onzer beschikking en mochten een genodigde verwelkomen. Het was de leider-gids van het Fort. Als dank voor zijn moeite werd hem een meter Belgisch bier aangeboden. Hij was er uiterst tevreden mee.

Na een rustige nacht op de parking van Fort Casso begonnen we aan de woensdag. Maar plots: grote hilariteit, zelfs paniek onder ons zwerversgroepje. Onze François kan zijn wagen niet starten. De reden: het stiftje of de chip van zijn contactsleutel is zoek! Iedereen speurt het grauwe asfalt af op zoek naar dit kleine plastieken stiftje. het is het zoeken van een speld in een hooiberg. Half België in rep en roer, zonder reservesleutel (die bij François thuis ligt) kan men bij Mercedes niets doen. Iedereen thuis heeft een GSM maar niemand is bereikbaar! Zo groeit het probleem met de seconden. Tot opeens: nuchtere Hilda herinnerde waar François zich de avond voordien bij de briefing zat en wonder boven wonder, ze vond het stiftje op de plaats waar anderen al zeven keer gespeurd hadden. Wij begonnen ons vragen te stellen: Maria gij hebt hem aan de goede zorgen van Jos’e toevertrouwd, maar een paar dagen tevoren zat hij ook al met een kapot ‘soupapke’ en nu dit. Maar goed: stiftje op zijn plaats en starten maar! Direkt stond hij al paraat om Jef, die met een platte stond (batterij) aan het draaien te krijgen. Eind goed, al goed en op weg naar Veckring voor het bezoek aan de ‘Hackenberg’.

Dit fort is het grootste van de Maginot-werken. Hier was er een bemanning van 1000 soldaten en 43 officieren. Men werkte met een drie ploegenstelsel, een derde van het effectief was steeds beschikbaar. Er was een permanente voorraad aan proviand, munitie, brandstof enz. voor drie maanden. Zolang kon men dus oorlog voeren zonder hulp van buiten af. De keukens beschikten toen reeds (1935) over verscheidene snelkook-ketels op stroom. Na de overgave installeerden de Duitsers in dit fort een wapenfabriek. Van hieruit beschoten ze de Amerikanen met Franse wapens, als vertragingsmaneuver bij hun terugtocht naar de heimat. Het bezoek van het immense fort gebeurt deels met een electrisch treintje uit de tijd van toen. We konden eveneens gebruik maken van de originele lift. Lange tijd vóór ons, bezochten ook koning Georges VI en Winston Churchil dit complex.

Het is moeilijk in te schatten dat dit werk een oppervlakte van 160 ha beslaat en per minuut 4 ton munitie kon braken. Na het bezoek kon er nog gewandeld worden, het slechte weer hield de meerderheid bij de haard. Het gewoontegetrouw samenzitten na de briefing onderging hetzelfde lot en zo gingen we een regen- en onweersnacht in.

Zoals het de vorige dag eindigde, begon ook de donderdag. In de gutsende regen vertrokken we in groepjes naar Fermont, 72 km ver. Onderweg stopte de regen en konden we genieten van oude, mooie dorpjes, die met smalle landwegen aan elkaar geregen waren. Dit is het waar zwervers van houden. Vóór 11 u was iedereen op de parking van het ‘Fort de Fermont’, ruimschoots op tijd om te kokkerellen, het bezoek met gids begon om 14 uur.

Ook hier troffen we een gigantisch verdedigingscomplex aan, waarin destijds 600 militairen, gedurende drie maanden, oorlog konden voeren zonder hulp van buiten. Ook maakten we twee treinritten gepaard met een oorverdovend lawaai en werden ons tal van trappen bespaard door nog prima werkende liften. In dit fort werd zwaar slag geleverd; er viel één Franse dode te betreuren op de observatiepost aan de personeelsingang. Deze gesneuvelde kreeg een graf in het fort maar werd later gerepatrieerd naar zijn thuis: Parijs. Aan Duitse zijde vielen er 80 doden. Een geschutskoepel kreeg een zijdelingse voltreffer die een gat sloeg vlak naast een bunkergeschut. De verrassing en de paniek moeten enorm geweest zijn. Onmiddellijk dienden zandzakken ter beveiliging aangebracht en ’s nachts werd er gewapend beton gebracht. Het spelletje ‘oorlog’ ging hier verder tot 25 juni 1940 met de overgave. Niet verslagen en toch verloren, verlieten de dappere manschappen hun stellingen, onder escorte van hun vijanden, richting de hel van de krijgsgevangenkampen. Om deze reden geldt Fermont als gedenkteken.

Tegen 17 u 30’ repten we ons naar Stenay, 50 km. verder. We reden weer langs schilderachtige wegen, berg op en af, naar onze standplaats voor de volgende twee nachten. Willy en Lisette waren vroeger vertrokken om onze gereserveerde en betaalde plaatsen vrij te houden. Dat lukte hen niet helemaal. Een arrogant Duits-Hollands stel met een grote Carthagozwerfwagen en nog een caravan achteraan, stond dwars op een gedeelte aan ons voorbehouden. Ondanks de woedende overredingskracht van Willy, wilden zij van geen wijken weten. Zoals een Vlaming eigen, gebruikten wij ons gezond verstand en begroeven de strijdbijl. Wij hadden nuttiger bezigheden: briefing, avondmalen en nog iets speciaals: onze trouwe makker en bestuurslid Jos Deckers werd vandaag 80 jaar en dat moest gevierd worden! Hij trakteerde in overvloed en kreeg niet alleen een mooi en origineel geschenk (een foto van hem met zijn lieve Hilda op een keramieken tegel) maar ook nog tientallen kussen van ons vrouwvolk. Jos, wij bewonderen jullie beiden: na 42 jaar met caravan en later per motorhome rondgetoerd te hebben, het nog aan te durven dit Maginotspektakel mee te volgen. Een heel dikke proficiat en kom nog lang met ons mee. Zo breiden wij een feestelijk slot aan deze unieke dag.

Het einde naderde: het was al vrijdagmorgen 8 april en ons laatste Fort werd bezocht. Het was vlak in de buurt in Villy la Ferté. In de gure wind, werd ons door een uiterst boeiende gids het gruwelijk verhaal van dit fort verteld. Dit is de enige vesting die daadwerkelijk door de Duitsers werd aangevallen. De 104 koppige bemanning  stierf een verschrikkelijke verstikkingsdood. Na een 48 uur durend bombardement, werd een koepel zodanig vernield dat de vijand langs die kant, het kazernement eronder liet exploderen en uitbranden. De Fransen werden als ratten in een val uitgerookt. Het voelde een beetje eng aan te vertoeven op deze plaats, waar zoveel mensen krepeerden en te weten dat hun lijken pas verwijderd werden in staat van ontbinding. Wanneer gezagshebbers en bevelvoerders falen, krijgt men zo’n resultaten.

Om 15 u kregen we wat verrast te horen dat dit onze laatste briefing was. Morgen zaterdag, wordt ons afscheidsaperitief gegeven in Orval. Hier was er ook nog een verrassing: ons voorzittersechtpaar vierden vandaag hun 33 ste huwelijksverjaardag, van harte proficiat en doe zo voort! Hun ‘drink’ werd plots verstoord door een fikse regenbui, waardoor velen op de vlucht  sloegen. Wat jammer, sorry!

Tegen 16 u 30’ hadden we afspraak in het nabij gelegen ‘Musée de la Bière’. Hier werden we ruim twee uur overrompeld door het verhaal van het bier maken. Dat begon ver vóór onze tijdrekening in Egypte en gaat nog steeds verder, weliswaar met modernere middelen. De welbespraakte, te bedreven gids, vertelde in detail alles over brouwen door de monniken en over de geschiedenis van het gebouw. Na zijn uitleg werden we uitgenodigd in de cafetaria. Onze reisleiders hadden, voor de groep, een ‘Assiette du Musée’ met een drankje besteld als laatste avondmaal. Gelukkig hadden we grote honger want de schotel was een XL. Prima gedaan jullie vier, merci!

Gezien er de laatste dagen heel wat felicitaties werden gegeven, moet er zeker nog één worden aan toegevoegd: een aantal deelnemers waren de Franse taal niet machtig en toch bleven ze niet op hun honger zitten en dit dank zij onze vriend Roland. Waar het nodig was gaf hij nauwgezet en discreet een vertaling. Roland proficiat en van harte dank! Ge hebt ons een zeer groot plezier gedaan.

Zaterdagmorgen, na een rit van 25 km., verzamelde het gezelschap een laatste maal op de parking van ‘A la nouvelle Hostellerie d’Orval’. Om 10 u werden we opgewacht in de abdij van Orval door een ‘Nederlands sprekende’ damesgids uit Tsjechië afkomstig. Haar Nederlandse uitleg (voor haar de eerste maal) had een zwaar Duits accent. Ze kon ons toch de geschiedenis van de abdij duidelijk maken. De abdij werd meermaals zwaar beschadigd en de Franse Revolutie maakte er een ruïne van. Rekening houdend met wat er nu staat, spijtig niet te bezichtigen, was die revolutie nog niet zo nadelig, al is gezegd dat de wederopbouw vooral gefinancierd werd door de inkomsten van de brouwerij en de bierhandel. Trink Bruederlein, Trink!

 Nadat we het museum nog eens grondig afschuimden en wat noodzakelijk kochten in het winkeltje, strompelden we naar de plaats van afscheid. In het volgepropte zaaltje van de Hostellerie, viel het doek over acht dagen ‘Ligne Maginot’ en de rest. Bij het genieten van de aangeboden drink, kregen we nog een souvenir: een ‘mignonnetje eau de vie’ afkomstig uit de distillerie van Lobsann.

Pierre richtte nog een laatste keer het woord tot zijn dicipelen, ook zijn verhaal leek ten einde, hij hoopte dat iedereen tevreden was. Voorzitter Luc sloot zich bij hem aan en vroeg de deelnemers een applaus in de mate van hun tevredenheid. Het applaus was heftig en lang. Zo gaf iedereen zijn waardering aan het viertal dat zoveel moeite had gedaan om dit avontuur voor ons voor te bereiden. Als men weet dat zij slechts vertrokken zijn vanaf een onderlegger, onder hun bord in Herbeumont twee jaar terug en wat zij ervan terecht hebben gebracht, moet het hen bloed, zweet en tranen hebben gekost en een niet aflatende drang tot slagen.

Lisette en Rita, jullie zijn meer dan geslaagd, voor en achter de schermen. Zonder jullie beiden was het nooit zo geworden; van harte bedankt en proficiat. Willy, al wilde je in de schaduw, langs de zijlijn blijven, de echte zwervers weten wat jouw aandeel in deze reis was, het was enorm en onmisbaar. Ook merci en proficiat! Dan is er nog ‘hij’ de Pierre, leider en bezieler van het ganse spektakel. Zonder jou was er geen ‘Maginotverhaal’ te schrijven. Enkelen wisten dat jij ervan droomde dit project op poten te zetten. Je droom is uitgekomen en hoe! Fantastisch! De wijze waarop jij dit omkaderd hebt is uniek. Je maakte voor ons een reis vol humor, liet ons genieten van je onuitputtelijke moppenreserve en je zorgde voor prima weer, al regende het soms pijpestelen. Pierre, je hoed is groot: alle pluimen die erop kunnen heb je, wat ons betreft, verdiend. Proficiat en nogmaals dank!

Zonder A4 reisbeschrijving moest ieder het nu voor zichzelf uitzoeken. Gaan we recht naar huis of nog niet? Onze reis was ten einde.

                                                                       Verslaggevers van dienst,

                                                                       Kitty en Pierre II uit Limburg.

 

 

P.S. Pierre II, je hebt je roeping gemist, een reportersloopbaan was zeker voor jou bestemd.

        Een welgemeende dank en hopelijk mogen we nog eens op je kwaliteiten beroep doen.

 

                                                                       Klaver vier.