OOSTKANTONS van 13 tot 16 mei 2005

 

Vrijdag. 13 mei 2005.

 

En nu eens naar de Oostkantons. Ik weet niet waarom maar die hebben mij altijd aangetrokken. Is het nu de taal, het oorlogsverleden of de weidse zichten? ’t Is al gelijk, op pad maar met regio Leuven.

Samenkomst in Deidenberg, een deelgemeente van Amel. Een twintigtal auto’s arriveert op de  voorziene parking achter de festhalle Zum Tûnnes in het centrum. We krijgen een plastieken zakje gevuld met wat informatie. Een borrelend geluid in de buurt intrigeert mij. Als ik even de weide in duik is mijn nieuwsgierigheid direct geblust. Uit een regenpijp stuwt een dompelpomp met groot debiet helder water in een klein kunstmatig vijvertje. Het is dat maar. Langs de andere kant van de parking stroomt een echt riviertje. Door het groot verval stroomt het water gehaast de laagte in. Het roept even het beeld op van het nerveuze verkeer in de grootstad.

Tegen 19.00 uur naar de feestzaal. Ik zag al kartonnen drank en zoute snoepjes naar binnen dragen. In de zaal, met een klassiek hoger liggend podium en een kleine barruimte liggen de houten banken  en tafels opgeplooid in een hoek op elkaar gestapeld. Enkele goede zielen trachten er een gezellig hoekje mee te vormen. De bar is geopend. Voor  € 0.50 serveert Willy ons fruitsap of wijn. Heel democratisch. François, met vinnige oogjes, informeert ons over de planning tijdens het weekend. We zoeken wat ruggesteun tegen elkaar op de leuningloze banken. Ik hoop dat die paar wijntjes mij een rustige nacht bezorgen. Nog wat napratend verlaten we de zaal en verdwijnen in onze motorhome.

 

Zaterdag, 14 mei 2005.

 

Om 9.00 uur starten we een wandeling naar Montenauer, één van de 18 deelgemeenten van Amel. We lopen door propere straten met verzorgde aanpalende tuintjes. Huizen met uiteenlopende bouwstijlen . Een grote zwarte hond bedelt  staartkwispelend om aandacht. “ Montenauer Schinkenräucherei “ krijg ons bezoek. Dóór een glazen wand kunnen we enkele mensen aan het werk zien. Terwijl de éne hand beschermd is met een met staaldraad gewapende handschoen bewerkt de andere onophoudelijk met een gescherpt mes de ene hesp na de andere. Er wordt ook gul met zeezout omgesprongen. Willen of niet, tijdens de rondgang passeren we twee keer voorbij hun fel verlicht winkeltje. Gerookte brokken vlees, geknoopte worsten en een frisse in het wit uitgedoste verkoopster moeten onze aandacht trekken. Proevertjes liggen op witte borden” neem mij” te fezelen. Ik weet dat ik bij zo’n situaties rap tot onverantwoorde koop overga. De gedachte, dagen lang dikke, zoute schellen hesp te moeten eten stuurt mij zonder meer naar buiten. We stevenen recht op de Terminus af, een café restaurant. Na tien minuten op de deur bonken komt een jonge man die tracht de slaap uit zijn ogen te wrijven op het voorplan. Met veel moeite kan er een welkomstlachje af. Ons eerste bonneke moet er hier aan geloven. Bij de afrekening loopt de ober niet zo hoog op met ons systeem, hij wil geld op de toog. Mijn etiketje blijft roerloos op tafel liggen. François laat zich niet doen en komt na een tijdje glunderend terug van de kassa. “Afspraak is afspraak hé manneke.” Terug naar de parking.

Na de middag rijden we naar Amel waar het Wortel – en streekmuseum onze aandacht krijgt. Allerlei grimmige boomwortels liggen tentoon. Met wat fantasie kun je er dieren of voorwerpen in herkennen. Zo’n fantasie is aan mij niet besteed en ik houd het bij een kort bezoek. Het Streekmuseum is eveneens kleinschalig. We hebben nog een lange avond voor onszelf. Dat mag er ook eens bij.

 

Zondag, 15 mei 2005.

 

Om 9.00 uur verlaten we definitief de parking in Deidenberg. In colonne naar St-Vith.We negeren  enkele verkeersborden en belanden op een grote lege parking. Op aandringen van onze voorgangers schikken we onze auto’s zo economisch mogelijk tegen elkaar. Men verwacht een grote toeloop deze namiddag voor de Lentefeesten . Direct op stap naar het centrum waar een gids ons opwacht. De man stelt zich voor als gepensioneerde prefect van de nabij gelegen school waarin ondertussen alle activiteiten gestopt zijn. Hij spreekt aangenaam Nederlands met een zware Duitse naklank. De rondgang start bij de Botervattoren, zo genoemd naar zijn typische cilindrische vorm. Het is één van de weinig overgebleven restanten van de stadse ringmuur uit de middeleeuwen. En ze zijn er fier op. De gids merkt gespeeld gegeneerd op, dat het stadje qua oude gebouwen niet veel te bieden heeft. Oorlog 2 heeft er zeker wat mee te maken. Langs een recente stalen centrale trap klimmen de sportiefsten naar het bovenplatform van de toren. Ik mijd de drukte op de smalle trap en neem wat afstand van waar ik wuivende armen boven de torenmuur zie uitsteken.

De strategische ligging van St-Vith komt ter sprake. Oude verbindingswegen kruisten hier elkaar en brachten een handelscentrum op gang, met alle betrekkelijke welvaart tot gevolg. Op de straathoeken staan her en der borden met foto’s en uitleg van de gruwelijke oorlogsfeiten. Vreselijk. Alles plat. Men heeft toen niet beter gevonden dan alle puin de helling af te duwen. De meeste gebouwen dateren uit de periode na de oorlog. De zeldzame overgebleven stukken krijgen een speciale attentie van onze gids. De netheid van de straten schrijft hij toe aan de mentaliteit in de streek. “ Als iedereen voor zijn eigen deur keert zijn we al een heel stuk gevorderd,” komt er met een knipoog achter. Zoals overal, even de kerk binnen. De muren, uit grijze natuursteen zijn onderhoudsvrij. Een wit lijnenspel op het vlakke plafond vraagt wat uitleg. De kunstenaar - ontwerper kreeg de toelating zich eens uit te leven. Het zou de speling van een vijfhoek met zijn diagonalen zijn. Daarin moeten we een hint vinden naar de oneindigheid. Ik doe mijn best …maar krijg een stijve nek De klassieke trant van een kerk hebben ze hier bij het heropbouwen achterwege gelaten. Het valt best mee. Er is zelfs vloerverwarming. En nu naar de omgeving van het vroegere station. Grote foto’s met uitleg in vier talen vertellen over het verleden en tonen de drukke bedoening rond de spoorweg. Vergane glorie. Zelfs als toeristische attractie heeft het treintje gefaald. Treintje weg, sporen weg. Een aangenaam fietspad heeft dankbaar gebruik gemaakt van de bedding. En zo eindigt onze voormiddag. We krijgen vrij tot 17.00 uur.

We zijn benieuwd naar de toeloop voor de lentefeesten. De parking naast onze zwerfwagens is nog helemaal vrij. Nieuwsgierig als we zijn willen we er toch het fijne van weten en trekken naar de afgebakende straten. Hoe intensief we ook zoeken, een feestsfeer is nergens te bespeuren. Enkele winkeliers hebben wat geïnstalleerd vóór hun deur . Een bloemist bezet een heel kruispunt met zijn inboedel. Het gróte evenement is een cat-walk bij een kledingzaak. Tientallen genieters wachten op het aantreden van de mannequins. Begeleid door een misvormd muziekje doen enkele meisjes wat uitgelaten danspasjes. Ontroerend. Wij gaan rustig een ijsje eten.

Stipt om 17.15 uur vertrekken we in konvooi naar de parking in Rodt “Biermuseum”. Dit wordt onze volgende overnachtingplaats.  We installeren ons in de buurt van een houten chalet met rokende schouw. Een frit-biefstukgeur hangt opvallend in de buurt  Mensen lopen af en aan. Wat verderop een opslagplaats voor sneeuwpret, dit laat het opschrift toch vermoeden. Om 19.00 uur krijgen we een seintje voor de afgesproken barbecue. Blijkbaar zijn ze hier zo’n groepen gewoon. We worden wat samen gedrumd terwijl er aan de andere kant van het eethuis ruimte zat is. Nu merk ik de massa bierflesjes tegen de muren. Allemaal verschillende merken. Alle voorgaande verzamelingen vallen bij deze in het niet. Elk flesje zal zijn eigen verhaal hebben. Dit is dus het Biermuseum. Ondertussen is de start gegeven. We schuiven voorbij enkele tafels waar gedienstige jongens ons bord vullen volgens vraag. Dampende worsten en steaks zijn geteld , de rest  naar keuze. We eten als Bourgondiërs en voelen ons gelukkig. Als echte cultuurbarbaren verlaten we dik gevreten de instelling. ’t Was echt goed.

 

Maandag,16 mei 2005.

 

We starten de morgen met een wandeling van 5 km. Kort en goed. Magda, onze gids heeft het even moeilijk met de juiste weg. Met een zichtbare vertwijfeling loopt ze ons voor. Eén en al opluchting als in de verte de andere groep opduikt. Met een grapje laten we ze voorbij steken. Als we op de parking komen krijgen we een drankje toe gestopt. De zoutjes volgen. Als toetje gaan we met enkele liefhebbers nog eens eten in het restaurantje. Het moet maar zo goed niet zijn.

En dan naar huis, met een voldane nasmaak.

We kijken uit naar een volgende afspraak.