K W M een grensgeval - 14 tot 17 mei

 

 

KWM en de Zwervers
Wie zwervers vraagt om 9 uur in de morgen, kan verzekerd zijn van een talrijke opkomst de avond ervoor. Liever zijn bed ter plaatse brengen dan vroeg moeten opstaan, niet? Het is weer een talrijke groep. Niet iedereen is vanaf de donderdag aanwezig, maar tegen zaterdag is de bende voltallig met 28 motorhomes en 54 personen. Een imposante groep! In Komen is er ruim plaats gereserveerd waar ze een overdekte markt aan het bouwen zijn. In Wervik mogen we op de Balokken staan. Volgens onze gids van zaterdag is dit een unicum. Hij heeft het nog nooit meegemaakt en de man is toch ook al van onze leeftijd.

 

KWM culinair
Het begint in Komen waar een frituur staat, die amper een minuut na openingstijd reeds overheerlijke frietjes verkoopt. In Wervik worden we verwend door de taverne-eigenaar die zijn zaak overvol ziet lopen door alomtegenwoordige Zwervers. Op vrijdag is iedereen aanwezig en krijgen we onze eerste drankbonnetjes. Op zaterdag beginnen we onze rondleiding met een kop koffie en een Wervikse koek in de vorm van een tabaksblad. Tegen de middag wordt de honger aangewakkerd met een glas Picon, maar het wordt binnen de perken gehouden door een bord met verschillende warme hapjes. Na de middag is er het bezoek aan het Werviks Chocoladehuisje waar we tijdens de demonstraties natuurlijk mogen proeven en nadien nog een doosje meekrijgen (en ze zijn lekker !!!). Om 19uur snuiven we de geuren van de barbecue op en mogen we aan tafel. Het is een ware overvloed, met vier stukken vlees per persoon en een ruime keuze aan groenten en sauzen. In Menen nuttigen we dan nog de afscheidsdrank in een mooie zaak waar meer dan honderd oude koffiemolens de muren sieren en de keuze bijna even uitgebreid is.

 

KWM en de Leie
In Wervik werd de Leie rechtgetrokken om de doorgang van grotere schepen toe te laten. Hierdoor ontstond een eiland ‘De Balokken’, momenteel natuurgebied met een taverne, twee trekkershutten en een jachthaven. We vernemen dat er plannen zijn om er een camping te voorzien. Mooie plek, maar spijtig voor de natuur ter plaatse. In Menen werd de Leie ook verplaatst. Hierdoor werd de stad automatisch groter, maar kwam het oudste gebouw van de stad, het Schippershof, dat vroeger voor driekwart met water werd omringd, droog te staan. Ook hier ontstond een nieuw gedeelte dat uitgroeide tot wat de gids noemde ‘het fenomeen de Barakken’. Een gehucht met enkel winkels die ook op zondag open zijn en vooral wordt bezocht door Fransen. De Leie vormt hier immers de grens.

 

KWM en de taalkwesties
Wie Komen hoort, denkt natuurlijk direct aan de taalstrijd. Ter plaatse is daar echter niets van te merken. Alles vloeit hier moeiteloos door mekaar. Soms kan men aan de hand van het bovendrijvend accent de achtergrond van iemand plaatsen, maar iedereen blijkt iedereen te begrijpen. Was die taalkwestie dan alleen een politieke gebeurtenis?

 

KWM en de oorlog
In Komen werd in de tweede oorlog zo goed als alles platgegooid. Voor de wederopbouw hebben de Duitsers dan moeten betalen, wat soms ook bij gebrek aan geld werd gedaan in goederen, zoals weefgetouwen. Deze waren al meer geautomatiseerd dan de Belgische en gaven aanleiding tot kopiëren en verder uitbouwen van deze machines. In Wervik werd in de eerste wereldoorlog Hitler (in die tijd soldaat) aan het front bevangen door het gas en verpleegd aan de Franse kant van de stad. Menen was in de eerste wereldoorlog ‘belegerd’ door de soldaten van het front in Ieper, om van een welverdiende onderbreking te genieten. In Menen zijn ongeveer 62.000 Duitse soldaten begraven.

 


In Komen bezoeken we het Lintweverijmuseum. Onze gids leidt ons door het museum in het  Nederlands, maar kan absoluut zijn sappig dialect niet verstoppen. Hij is heel enthousiast over alles wat met weven te maken heeft. Hij heeft dan ook zijn ganse leven niets anders gedaan. Hij heeft voldoende ervaring in de sector om alle uitleg te doorspekken met anekdotes. Wij hebben niet alleen veel bijgeleerd, maar ook goed gelachen. Wat cijfertjes: momenteel wordt er nog steeds 60 miljoen meter lint gefabriceerd in de Belgische kant van Komen. De Franse zijde heeft meer productie omwille van minder overstromingen in het verleden, waardoor er daar meer fabrieken werden gebouwd. Tot in 1917 werd er alleen plat lint gemaakt. Daarna kenden de machines een enorme vooruitgang omwille van de mechanisatie door de Duitsers en de aanpassingen in ons land. Wist je dat ook je fietsrekker hier wordt gefabriceerd net als de zijkanten van elke rits …

 

In het Klokhof gaan we de boer op. Het is een melkveebedrijf met vooral zwartbonte Holsteins. Hoewel de meeste dieren al buiten staan, kunnen we ons zonder moeite inbeelden dat hier makkelijk een 200-tal dieren een onderkomen hebben in de winter. Sommige dieren zijn nog binnen en we zien  er in alle categorieën: van pasgeboren kalf tot bijna slachtrijp. Wist je dat een stier wordt geslacht op 18 maanden omdat op dat moment de verhouding tussen opbrengst en mals vlees op zijn best is. Voor een goede filet pur wil de beenhouwer vlees van een vrouwelijk dier, maar de grote warenhuizen willen mannelijke dieren omdat men dan kleinere stukken kan snijden. Een melkkoe daarentegen ‘mag’  negen jaar worden. Afgezien daarvan verbouwen ze hier ook nog aardappelen, bieten en maïs. Op loonwerkers na wordt het ganse bedrijf gerund door vier personen: de boer en zijn vrouw, de zoon en diens vrouw. In de melkruimte blinkt alles alsof hier nog nooit een dier is binnen geweest. Om wat diversiteit te hebben en wat ‘zout op de patatten’ worden hier melkproducten gemaakt en in een winkeltje verkocht. Laat het gezegd zijn: zowel botermelk als choco en vanille-ijs waren uitmuntend. We kopen dan ook zowat het winkeltje leeg.

 

In een tabakskwekerij in Wervik, waar de meesten naartoe fietsen, volgen we de groei vanaf het zaad tot aan de uitplant op het veld. Tabakzaadjes zijn enorm klein en worden daarom ‘gecoat’, omringd met een laagje waarin eventueel meststoffen en zo worden meegegeven. Hierdoor is het volume van het zaad groter en kan men zaaien met een machine. De schalen met een 240-tal stuks worden op water gelegd om te kiemen. In dit stadium mogen de plantjes van bovenaf geen water krijgen, dus staat alles in tenten. De kweker blijkt een inventief man te zijn. Hij heeft een gewoon grasmachientje omgebouwd tot een handige snoeimachine om alle plantjes op dezelfde dikte te houden. Op Sint Jozef (19 maart) moet alles gezaaid zijn. Deze aanduiding refereert nog naar de vroegere gewoontes om alles volgens de heiligen te plannen. Tegen 25 mei moet dan weer alles in de volle grond staan. Dan begint het labeur om manueel over ongeveer 2 ha alle zijscheuten te verwijderen, zoals bij de tomaten. De bladeren worden in verschillende keren geoogst. Onderste bladeren zijn immers sneller ‘rijp’ dan de middelste en nog later de bovenste en de toppen. Deze kweker gaat zo zeven maal over zijn velden om te oogsten. Daarna wordt alles te drogen gehangen in een ‘ast’. Uiteindelijk worden het balen van ongeveer 13 kg. Maar net als bij de melkboer zijn hier ook de prijzen gekelderd. Waar ze in België slechts 2 euro per kg betalen, kan men in Valois (F) het dubbele krijgen. Het vervoer moet men er wel bijnemen. Ook hier komen we aardappelen tegen en leren we enkele benamingen bij. We eten tegenwoordig allemaal wel eens ratten en muizen. Niet schrikken …. ratten zijn de aardappelen die best zijn voor de BBQ en muizen zijn de bintjes. Ook hier wordt alles enkel en alleen door het gezin gedaan. Hoewel de kweker nog wat tijd moet hebben overgehad. Ze hebben zo maar even 10 kinderen, maar met een jongste van 6 jaar nog geen zicht op een opvolger, hoewel de man al 62 is.

 

In het tabaksmuseum krijgen we nog wat bijkomende uitleg over de tabaksoogst en -verwerking. Vervolgens bewonderen we een uitgebreide verzameling pijpen, in alle maten, soorten en gewichten. We leren dat tabak ook een geneesmiddel was tegen verkoudheden en we mogen prompt wat tabak snuiven. Enkele moedigen wagen zich eraan. Het lijkt mee te vallen. Bezienswaardigheden zijn ondermeer de pijpen met deksels. Dit was om brandgevaar te vermijden als men in de smalle stadsstraatjes tussen houten huizen rondstapte. Verder is er nog een huwelijkskast waar bruid en bruidegom hun theetassen, bruidsboeket en eerste pijp in tentoonstelden. En dan is er nog de ‘piepshow’: alle gebruiksvoorwerpen voor tabak met een erotisch getinte tekening. Daar was het file ….

 

In Wervik bezichtigen we de Sint Medarduskerk die letterlijk op de grens ligt. Het begon allemaal met een kapel met twee deuren. Aan de Franse zijde werd tol geïnd om de mis te mogen bijwonen. Ondertussen is de kerk verder uitgebouwd en is nu 80 m hoog. Onze gids was verwonderd dat het deurtje naar de toren niet op slot was en is met enkele moedigen naar boven gegaan.

In Menen zijn we in het gans vernieuwde stadhuis gaan kijken. Alles wat men had toegevoegd in de

20ste eeuw is verwijderd en zo kan men de oude constructie van 1782 bewonderen met daarin hypermoderne kantoren. Hier zijn ook nog de restanten van een gevangenis en een Duitse bunker. Het aanpalende Belfort dateert van einde 16de eeuw. Ook hier hebben enkele moedigen de 186 trappen overwonnen. Menen zelf heeft onder vele overheersingen geleefd. Ook hier is Vauban bezig geweest met de stadsversterkingen in zijn welgekende stervorm. Ondertussen is alles op de fundamenten na afgebroken, maar we kunnen nog een gedeelte bezichtigen onder de Hollandse kazematten.

 

KWM meegedaan
Dank zij de inspanning van Lisette, Patty, Willy en Guy hebben we weerom mogen genieten van een prachtig, leerrijk en smaakvol weekend.

 

GM.