Gluren bij de buren

24 tot 26 maart 2017

 

Met een stralende zon komen we als mieren uit onze winterstalling naar een nette camperplaats.

‘s Middags bezoeken we Arnemuiden: Ontstaan aan de rivier de Arne die in zee uitmondt.

*Het volksmuseum toont ons  de leefwereld rond 1900, vergelijkbaar met onze gezinnen uit die periode. Wat mij fascineert is het 16de eeuws keldertje met de vele scherven, munten en hebbedingen uit verleden tijd die allemaal hun verhaal vertellen.

*Het stadhuis laat de geschiedenis zien van Arnemuiden en de volgende drie woorden vertellen er alles over.

Opgang: In de 15de en 16de eeuw verwerven ze stadsrechten door trouw te zweren aan prins Willem van Oranje bij de 80-jarige oorlog.

Blinken:  Er is een bloeiende handel met zout, hout en visserij. In de glorietijd lagen de schepen rijen dik aan de kades.

Verzinken: Vanaf 1625 verdwijnen de schepen en de handel door de verzanding van de rivier.

Het huidige Arnemuiden leeft nog van de visserij en garnalen worden er nog met de hand gepeld. Een vereniging  draagt nog de Zeeuwse klederdracht en het protestants geloof is sterk aanwezig waardoor de zondagsrust een must is.

 

Een bezoek aan de oudste nog werkende scheepswerf in Zeeland brengt ons bij de bouw van de typische vissersboot ‘De Hoogaars’. Die bestaat uit eikenhout voor de romp en de mast en uit buigzamer vuurhout voor de giek en de zwaarden. We krijgen  een goed inzicht van de verdwenen oude ambachten bij de scheepsbouw zoals hout zagen, eikenplanken in vorm buigen en breeuwen (waterdicht maken van de romp). Een goede stielman was fier op zijn uitgebreide werkkoffer.

 

Zaterdag vertrekken we met de fiets naar Middelburg, hoofdstad van de provincie Zeeuws Vlaanderen. Met twee gidsen verkennen we de stad te voet en met de paardentram.

De eerste nederzetting is ontstaan rond de elfde eeuw op het hoogste punt. Men bouwde een stervormige vesting ter verdediging van de  opkomende Vikings uit het noorden.

 

Rond de 11de eeuw komen de Norbertijnen en stichten een Abdij die 400 jaar later een stadje op zijn eigen is, met een kerk, boerderij, tuinen en een munitiedepot. Nu is het een rustpunt in de stad. De huidige gebouwen bewaren archieven en het bestuurscentrum van Zeeland is er gehuisvest.

 

Met de paardentram verkennen we de glorietijd voor Middelburg. Dat laat zich getuigen door statige koopmanshuizen aan de zonnekant en opslagplaatsen voor goederen aan de schaduwzijde van het water.

We eindigen onze tocht aan het stadhuis, dat in de tweede wereldoorlog is verwoest maar later weer volledig opgebouwd in laatgotische stijl. Het is mooi, maar veel bescheidener dan het Leuvense stadhuis. De bouwheer van de 16de eeuw kwam uit Vlaanderen, met name de familie Keldermans. Middelburg kreeg stadsrechten in 1317, was katholiek tot 1574 en werd na de

 

Beeldenstorm protestants.

Zondagmorgen vertrekken we met een uurtje minder slaap (het is ondertussen zomeruur geworden) op de fiets naar Veere. Dat stadje mag je als de kleinere broer van Middelburg vergelijken.

 

Onze gids van eigen bodem brengt ons naar de waterput uit 1515. De put wordt nog steeds bevoorraad door de daken van de Grote kerk.

In de gouden eeuw is Veere de opslagplaats voor de Schotse wol, vandaar die waterput om de wol te wassen. We wandelen langs een gerestaureerde windmolen. Aan de stand van de wieken kon je nieuws vernemen bv. een geboorte of een overlijden. Via het ophaalbruggetje steken we de binnenhaven over. Aan beide zijden liggen er plezierbootjes. Eens op de kade zien we hoe rijk het verleden was met pakhuizen en mooie Schotse koopliedenwoningen, waarvan sommige hun namen nog dragen. We kuieren verder tot aan de Campveersetoren, in de zestiende eeuw  een verdedigingstoren, die nu een restaurant is. Een vroegere vismijn situeert zich ernaast. In het centrum kom je op een gezellig dorpsplein met winkeltjes en terrasjes. Het stadhuis staat te pronken en weer duikt de naam Keldermans als bouwheer op. Vandaar ook de ‘laatgotische stijl’. Er is ook een toren aan verbonden met een Carillon. Nu wordt het stadhuis als trouwzaal en museum gebruikt.

 

Wij eindigen ons zonnig weekend op de parking van de camper met een drankje en een hapje.

 

Bedankt Luc en Tine, Marie-Louise en Willy voor de hele organisatie. We hebben ervan genoten!

 M/L