Zoete cultuur in Roeselare

13 tot 15 oktober 2017

 

 

 

 

Tijdens dit weekend ontdekken we Roeselare anders dan jaarlijks tijdens de fietsvierdaagse. Na wat rekenwerk kunnen alle 23 motorhomes parkeren op de parking van Ten Elsberge. De titel van het weekend wordt al onmiddellijk toegepast. We brengen een bezoek aan de artisanale chocolaterie ’t Karakske, een kleine ambachtelijke zaak opgericht in 2003. Geert, de chocolatier, start zijn uitleg over de cacaovrucht waar de cacaobonen het hoofdbestanddeel vormen voor chocolade. Tussendoor proeven we enkele voorbeelden. Hijzelf werkt met Callebautblok- ken. Die blokken worden gesmolten in de 'melangeurs' en op zicht ziet Geert of zijn chocolade klaar is om te verwerken. Hij verwerkt witte, melk- en zwarte chocolade in zijn creaties. Tijdens zijn uitleg maakt hij een babyfiguurtje: eerst inkleuren, dan vullen met chocolade, terug de chocolade uitgieten, zijn vorm goed sluiten en dan een tijdje in de koelkast om de chocolade te harden. Daarna doet hij hetzelfde met een vorm voor pralines. Geert bezit zo’n 1800 verschillende vormen, waaronder 700 verschillende voor Sinterklaas. Daarin steekt al een groot kapitaal wanneer hij vertelt hoeveel één vorm wel kost. Deze vormen mogen nooit met water afgewassen worden want de kristallen die bij het maken van chocolade een belangrijke rol spelen worden door het water verstoord. Jaarlijks worden die in een speciale firma onderhouden. Na enige tijd haalt hij zijn babyfiguur terug uit de koelkast. Het is een mooie baby met al of niet een gevulde pamper. Enkel wacht hij nu nog op een naam. Alvast een mooi idee voor een geboortegeschenk. Vanaf oktober start Geert met de piekperiode van Sinterklaas, overgaand in de kerst- en nieuwjaarsperiode en daarna de paaseieren. Tussendoor maakt hij nog verschillende pralines die gevuld zijn met allerlei lekkers. Zij maken nog zelf hun hazelnootpasta om te gebruiken als vulling in hun pralines. Geert en zijn vrouw Patricia doen alles zelf.  Aankopen, bereiden van de verschillende vullingen, de vele holle chocoladefiguren creëren, kleine pralines maken en de gevraagde stukproducten ontwerpen en mooi en creatief verpakken. Ondertussen zijn ook de pralinevormen klaar om gevuld te worden met praliné. Daarna worden die terug met chocolade overgoten en terug voor een korte tijd in de koelkast gezet. Geert geeft ook tips om chocolade te bewaren. Niet in de koelkast maar in een afgesloten plastieken doos in de berging, garage of kelder. Indien geen vulling kan de chocolade zo’n negen maanden bewaard worden, met vulling zo’n twee à drie maanden. Opnieuw proeftijd: de pralines met pralinévulling worden gesmaakt. Als afscheidscadeau krijgen we nog elk een doosje met twee pralines. In zijn winkel kunnen we zijn gemaakte stukken bewonderen en aankopen. De liefde voor hun vak proef je in hun chocoladecreaties en pralines. Eerste deel van het weekend geslaagd! We sluiten de dag af met een gezellig samenzijn in het zaaltje van Ten Elsberge en genieten van de lekkere taart voor de geboorte van een kleinzoontje bij Agnes en Jaak. We vernemen ook het overlijden van onze kampeervriend Victor Rutten op 7 september jongstleden. We wensen Irène en haar familie veel sterkte toe. Na een rustige nacht (of niet Luc, nu gekleurd met een ferme blauwe plek van de hevige stamp van Christine die droomde van een overval) trekken we naar de Geuzentempel in Roeselare, jammer niet voor het proeven van Geuzenbier maar om de mooie protestantse kerk te bewonderen. De orgelist verwelkomt ons met een lied op het Indonesisch orgel. Martijn, de protestantse hulppredikant geeft ons uitleg over het ontstaan van de Geuzentempel. De rijke familie Tant, een textielindustrieel, liet deze kerk bouwen voor zijn Zeeuwse arbeiders. In 1874 werd de eerste steen gelegd en in 1879 plechtig ingewijd. Door- heen de jaren werd er verder verbouwd en gerestaureerd, vooral na beide oorlogen, omdat de kerk toen door de Duitsers gebruikt werd en lange tijd dienst deed als paardenstal. We kregen ook uitleg over de inrichting van de kerk, de schilderijen en hun betekenis. Door de vele gestelde vragen kwamen de verschilpunten met het katholicisme aan bod. Er wordt op zondag één dienst gehouden. Zo’n 35 mensen wonen wekelijks de dienst bij, vooral een Afrikaans publiek en Russen. Soms zijn acht verschillende nationaliteiten aanwezig. Na de dienst volgt een koffietafel om nog na te praten over de gelezen en gezongen teksten. Het pronkstuk in de kerk is het Indonesisch orgel in bamboe. Het bestaat uit 508 orgelpijpen variërend tussen 8 cm en 3 meter hoog. Dat orgel werd gebouwd in 1990 door twee Indonesische arbeiders gedurende anderhalf jaar. Marie-Paule besluit dit bezoek met een antwoord op de vraag van Martijn, waarom we de geuzentempel bezochten, want dat is nogal ongewoon: "Omdat het voor ons 'ongewoon' is". Na de middag trekken we naar ’t stad. We brengen een bezoek aan het kenniscentrum ARhus. Met onze gidsen Patrick en Carmen bezoeken we het state-of-the-art-gebouw met vijf verdiepingen. Het werd gebouwd gedurende vijf jaren en geopend in februari 2014, na de sluiting van zowel de vroegere Rodenbach-bibliotheek en de stadsbibliotheek op de Onze-Lieve-Vrouwmarkt. ARhus, verwijzend naar Albrecht Rodenbach en hus in het West Vlaams 'je thuis voelen'. Het is een ‘open huis’, een ontmoetingsplaats waar zowel gezinnen, scholieren, bibliofielen maar ook de toevallige passant terecht kan. ARhus biedt een toegang tot kennis en informatie met een mix van klassieke en nieuwe media. Er is een bibliotheek met 450.000 stukken (= materiaal) verspreid over 4 verdiepingen. Het materiaal is per genre opgesplitst in lange rijen met boeken, cd’s, dvd’s, tijdschriften die je er kan lezen of lenen. Maar er is meer, namelijk een magazijn met archiefboeken, vergader- en lesinfrastructuur, diverse forums voor cultuur en ontmoetingsruimtes, lezingen en seminaries. Onlangs werd nog een nieuwe zaal, voor meer dan 100 personen, ingericht met de laatste snufjes op gebied van projectie en geluid. In de inkomhal bevindt zich een volautomatische sorteermachine, de eerste in België, waar je uw ontleende materialen stuk per stuk kan inleggen en waarna de transportband de stukken door middel van de voorziene tag (gekleefd in het stuk) naar zijn juiste verdieping terugbrengt. Zo’n 1500 stuks per uur kunnen verwerkt worden. Dat systeem kunnen we bewonderen in de kelderruimte. Op het dakterras kan je genieten van het panorama van Roeselare en zijn buurtgemeenten. In het ARhuscafé ‘De Tassche’ worden we getrakteerd op een stuk taart met koffie. De zaterdag wordt afgesloten met een kaasmaaltijd en een traktaat van Luc en Tine ter gelegenheid van hun nieuwe aanwinst. Op zondagmorgen trekken we naar het ‘Michels filmmuseum’. Michiel Remaut, eigenaar van het museum, begon als 7-jarige jongen zijn gevonden kapotte filmprojector te herstellen met zijn meccano-onderdelen om daarna filmpjes af te spelen voor zijn familie en vrienden. Zijn allereerste filmprojector is nu een uniek stuk in zijn grote verzameling. In de loop der jaren kwamen er steeds meer toestellen bij. Zijn verzameling nam een gigantische vorm aan toen de analoge video zijn intrede deed in de wereld van de amateurfilmer. Filmcamera’s en projectoren werden massaal gedumpt in de jaren 1965-1970. Ook de bioscopen sprongen op deze digitale trein. Michiel bezit zo’n 1500 verschillende toestellen, die hijzelf in de originele staat herstelt en terug bruikbaar maakt. Toen hij in 2002 met pensioen ging en zijn huis te klein werd voor zijn verzameling en onder lichte druk van vrouwlief, begon Michiel zijn zoektocht naar een geschikt gebouw om er zijn filmmuseum in onder te brengen. In 2004 vroeg het Roeselaarse stadsbestuur zijn collectie open te stellen ter gelegenheid van de erfgoeddag. Het aantal bezoekers stijgt nog jaarlijks, ondertussen zo’n 4000 per jaar, maar vaak ook meer en meer internationale bezoekers. In het museum bevindt zich ook een bioscoopzaaltje voor zo’n 80 personen ingericht in de retrostijl van toen. Daar kunnen we eerst kijken naar een powerpointvoorstelling over het ontstaan en vertonen van de film aan het publiek en de opkomst van het digitale geweld. Alles begon met een soort schaduwspel uit China, de beweegbare popjes, bewegende beelden door deelbeelden te tonen na elkaar. Later komen de doorschijnende dia’s, het ontstaan van Kodak in 1889 en de 35 mm pellicule, de kortfilm, film met klank via piano of orgel. En nog later komen de muzikanten met nadien het synchroon lopen van film en klank. De komst van de TV bedreigt de cinema. Tussendoor zien we de verschillende lichtbronnen: eerst kaars, daarna de olielamp en tenslotte de gaslantaarn. We merken hoe de film manueel werd afgespeeld en hoe gevaarlijk het was werken met de gaslantaarn en de zo brandbare film. Een kortfilm van Laurel en Hardy uit de jaren 1927 wordt erg gesmaakt door onze lachspieren, na de technische uitleg over de film en zijn projectie. Nadien laat Michiel nog alles zien aan de hand van zijn verschillende toestellen doorheen de jaren gebruikt in de cinema. Wie het wat te technisch vindt, kan de vele foto’s en posters van de vervlogen filmtijden en vroegere actrices bewonderen aan de wanden van zijn museum. Er wordt afgesloten met het bekijken van de grote projector, ontworpen door Barco (Kuurne) die nu ge- bruikt wordt in de bioscoopzalen. Enkele mensen schenken nadien nog hun oude toestellen aan Michiel. Dit bezoek zal in ons geheugen blijven kleven door de liefde en de passie die we gevoeld hebben voor het vak, de cultuur en de uit de hand gelopen hobby. Het weekend, waar de weergoden ons weeral zeer goed gezind waren, wordt afgesloten met een drankje en een stukje cake. Op naar het feestweekend eind november.

Hartelijk dank aan de inrichters: Marie-Paule en Julien, Luc en Tine en de vele helpende handen