Wat zullen we drinken, drie dagen lang? 30 augustus tot 1 september 2019

Vrijdagmiddag aankomst op het vakantiedomein, nu gelegenheidskampeerplaats voor Zwervers Leuven, van Simone en Maurice. Tegen de middag staan reeds 24 campers op hun plaats. Na het middagmaal fietsen we zo’n 3 km ver naar de koffiebranderij Java. We worden er ontvangen met een Javakoffie en 3 kleine taartjes voor elk. Jan, familielid en werknemer van Java, is onze gids. Hij start met de familiegeschiedenis. In 1925 ontstond in Wezemaal door toedoen van het gezin Wuyts een handel in koloniale waren zoals peper, olie, margarine… De klanten waren winkeliers. In 1935 opende Eduard en Eliza Wuyts de eerste koffiebranderij in hartje Wezemaal. De branderij kreeg de naam Java, vernoemd naar de betere koffie die toen van het Indonesische eiland Java kwam. De familie Wuyts had 3 dochters. Twee van hen huwden met twee broers Claes en kwamen in 1955 mee in het bedrijf. Zo bouwde de tweede generatie nl. Marcel en Frans Claes, het bedrijf Java verder uit. In 1984 nam de derde generatie het roer over. Er werd een nieuwe koffiebranderij gebouwd en de verkoop van koffie en koffietoestellen voor grootkeukens gestart. In 2003 koopt Wim Claes zijn broers uit en wordt alleen algemeen directeur. Vanaf 2005 komt de vierde generatie aan de leiding. Pieter en Kathleen (CEO) Claes. Zij starten als Coffee Advisors. In 2012 wordt het huidige nieuwe gebouw in dienst genomen en worden de koffiebonen gebrand en verpakt in de nieuwe state-of-the art koffiebranderij in 21 Rotselaar. Na de familiegeschiedenis hebben we de primeur om hun nu Nederlandstalige filmpje over de aankoop, importeren en kiezen van koffiebonen te bekijken. Daarna het verloop van het branden van de nog groene koffiebonen, het selecteren en proeven van de juiste koffiebonen om zo getrouw mogelijk het Javamerk te benaderen. Typerend voor de Javakoffie is het langzaam van binnenuit aanroosteren, even traag als vier generaties geleden, maar nu met de modernste computergestuurde technologie. Zo krijgen de koffiebonen de tijd om alle aroma’s te ontwikkelen. Pieter Claes is de huidige koffieproever. Het is de kunst om met verschillende soorten koffiebonen, afkomstig uit verschillende landen en van verschillende plantages de beste Javakoffie te maken. Zij gebruiken vooral de Arabica (mildere smaak) en de Robusta (bittere) koffiebonen. Hoe proef je nu koffie? De koffie lauw laten komen en dan ervan slurpen en in de mond laten walsen. Hete koffie drinken is de beste dorstlesser bij warme dagen. Hoe verloopt nu het aankopen van de koffiebonen? De stalen groene koffiebonen uit de verschillende landen en plantages komen toe in het bedrijf. In het labo worden die gebrand, getest en geproefd door koffieproever Pieter en zijn team en samen met CEO Kathleen Claes wordt dan beslist welke koffiebonen gemengd worden om een bepaalde soort koffie te bekomen. In het labo konden we de kast met de geteste koffiebonen bekijken, gedateerd, in cijfers uitgedrukte kwaliteit en van welk land ze afkomstig waren en of het Arabica, Robusta of Maragogype (grootste) koffiebonen waren. Om de drie weken is de hele rayon weg en wordt een nieuw proces opgestart. De omzet bedraagt 85 ton per maand. Daarna trekken we naar de branderij zelf. We zien er de grote zakken koffiebonen staan, klaar om in de ultramoderne, computergestuurde brander te gaan. Gedurende 11 à 13 min aan een temperatuur van 109 à 120 graden worden de koffiebonen gebrand. Bewust trager en minder gebrand om zo de kwaliteit hoog te houden en geen vettige laag meer over te hebben. Na het branden wordt er gedurende 4 min lucht in geblazen om zo verkoeling te bekomen. Daarna worden de bonen opgezogen om in te pakken of te malen. Tijdens het verpakken wordt stikstof in het zakje geblazen om de aroma’s langer te bewaren. Het zakje wordt van een ventiel voorzien om zo het gas te laten ontsnappen. Hoe dikker het pakje hoe verser de koffie. Een geopend pakje bewaar je het best in een gesloten plastieken doos in de diepvriezer. Koffie wordt nooit slecht, ook al staat er op de verpakking een houdbaarheidsdatum van 1,5 jaar. De kwaliteit neemt natuurlijk af maar je wordt er nooit ziek van. Wat is nu decafeïne? De ongebrande koffie ondergaat een chemisch proces om de cafeïne er uit te halen. De koffie heeft nu wel een andere smaak en het zijn andere koffiebonen. De cafeïne wordt gebruikt in de coca-colafabriek. Gooi je koffiegruis nooit weg. Dit gruis is goed voor het ontvetten en ontkalken van je leidingbuizen. Gooi het daarom in je pompsteen en de vieze geuren zullen wegblijven. Zet een potje gruis in de ijskast en de geuren nemen af. Goed tegen slakken in de moestuin, tegen rimpels en het zuiveren van onze huid. Voor de vissers, gebruik koffiegruis voor het rood worden van je wormpjes, de visjes bijten dan sneller. Voor de gebruiksaanwijzing, één adres: Guido. Daarna speelt de gids, als verwoed mondharmonicaverzamelaar, een deuntje op zijn kleinste exemplaar, amper 2 cm lang en 1 cm breed, eerst met de vingers en daarna via zijn gezichtsmimiek. Als slot konden we nog in de Javashop alle koffiesoorten bekijken, kopen en natuurlijk ook de door hen gemaakte koekjes en benodigdheden voor koffie bewonderen. Bij het verlaten van de firma kregen we elk een zakje verse Javakoffie Dessert en een balpen. Dan per fiets terug naar onze camper. Wat gezellig napraten en nu vlug het avondeten bereiden want volgens Simone komt de ijsventer rond 19 uur langsgereden. Bij dit mooie zomerweer hebben we allen goesting in een ijsje. Maar… we zagen geen ijsventer. Later op de avond stookte Ronny nog wat hout in de vuurkorf en konden we rond het kampvuur nakeuvelen en dromen van ons ijsje. Zaterdagvoormiddag rijden we met de fiets of per camper naar de site ‘Watermolen Van Doren’. Op deze site in Rotselaar staat reeds sedert 1217 een watermolen volgens de oudste vermelding. Deze werd gebouwd langs de Dijle. De gebouwen die er nu staan zijn natuurlijk van later. Het oudste gebouw is de mole- 25 naarswoning en dateert uit 1573, gebouwd met ijzerzandsteen uit de streek. In 1664 werd de witgekalkte molen gebouwd. Hij was de op 2 na grootste molen van de Nederlanden. Er werd niet alleen graan van boeren uit de omgeving vermalen, maar ook graan dat via de Dijle vanuit Antwerpen werd aangevoerd. De Dijle was bevaarbaar en het graan werd via trekschuiten vanuit de haven naar de molen gebracht. Door de aanleg van het kanaal Leuven-Dijle in 1750, werd de Dijle minder bevaarbaar en daarom moest de molenaar zijn graan met paard en kar ophalen aan het kanaal van Wijgmaal. Daarom werden rond de molen ook stallen voor de paarden en knechtenverblijf voorzien (1777). Rond 1840 kwam de familie Van Doren als pachter op de Molen van Rotselaar. Zij brachten de molen van het ambachtelijke tijdperk naar het industriële. De molen raakte bekend voor zijn fijne witte bloem. De omzet bleef maar stijgen en daarom werd overgegaan tot het bouwen van meer opslagruimte. In 1902 kocht Victor Van Doren de molen en in datzelfde jaar werden beide stuwen gerenoveerd, de beide waterwielen vervangen door een krachtige waterturbine en een silogebouw bijgebouwd. In 1907 begon men met de productie van elektriciteit, aanvankelijk voor de verlichting van de maalderij, maar uiteindelijk bouwde men een elektriciteitsnet uit in het hele dorp. In 1968 werd voor het laatst gemalen. Victor Van Doren stierf, zijn vrouw bleef er nog een tijdje wonen. Alle gebouwen kwamen te vervallen, verkommerden, vele nog bruikbare voorwerpen werden geplunderd en zo kwam de hele site (2 ha groot) in verval. Het werd jarenlang een ruïne. Deze gebouwen werden in 1983 geklasseerd en nadien openbaar te koop gezet. Een vriendengroep bekwam, ook via bedelen, de ronde som van 2 miljoen Belgische frank en kocht in 1985 de Molen van Rotselaar aan. Het woon- en werkproject Molen van Rotselaar kon van start gaan. Zij werden de pioniers van co-housing en groene energie. 26 Via jongerenwerkkampen werden de gebouwen gerestaureerd. Op verschillende plaatsen was er instortingsgevaar. Met steun van de overheden werden in de loop van 1987 dringende instandhoudingswerken uitgevoerd om het verval een halt toe te roepen. Maar door de gewestplannen van 1976 kwam de molen in een natuurgebied terecht en dat betekende een lange en moeizame weg om alles gerestaureerd te krijgen. De molenaarswoning werd grondig aangepakt door een restauratiebedrijf uit Herselt. De voorbereidende werken gebeurden door de eigenaars, geholpen door een groep mensen uit Letland die in de molen deelnamen aan een werkkamp. De afwerking gebeurde eveneens door de eigenaars. Een zestal jaar na de aankoop werden de gebouwen bewoond door 8 gezinnen. Onze gids bewoont nu nog het molenaarshuis. Zij is de zus van de hoofdeigenaar en stapte van in het prille begin mee in het project van haar broer. In 1992 werden de paardenstal en de knechtenverblijven, het bakhuis, en het turbinegebouw gerestaureerd. De turbine uit 1902 werd in 1994 volledig gedemonteerd door een Franse firma en in 1995 werd de turbine helemaal gereviseerd en opnieuw geïnstalleerd. Er werd een tandwielkast en generator geplaatst en sedert de zomer van 1995 produceert deze turbine opnieuw groene stroom. Ecopower is een coöperatie die mee investeert in dit project voor hernieuwbare energie. Zo’n 140 gezinnen kunnen voorzien worden van elektriciteit. In 1996 werden de machines uit de maalderij zorgvuldig in kaart gebracht en gedemonteerd om daarna te worden gerestaureerd in een depot. Het molen- en silogebouw werd nu gerestaureerd met hulp van Molenwacht Vlaanderen. Tussen 2006 en 2012 werden de maalderijmachines hersteld of opnieuw gemaakt door een vijftal werkmannen uit de streek. De molen produceerde zo’n 4000 kg per dag. Nu werkt de molen niet meer want ze krijgen hun geproduceerde meel niet meer verkocht. Het is nu eerder een molenmuseum. Er zijn ook verschillende ruimtes omgebouwd tot vergaderruimte of leslokaal al of niet voorzien van keuken. De site om- 27 vat heden ten dage nog de molenaarswoning, een bakhuis dat recent vernieuwd werd en door de plaatselijke bakker nog op donderdag gebruikt wordt voor het bakken van zo’n 120 broden, taarten en andere koeken. Je kan, via bestelling, op donderdag brood en koeken aankopen en afhalen. Maar hier gelden ook de strenge wetten van de voedselvoorziening i.v.m. met hygiëne en die bezorgen de eigenaars soms wat kopzorgen. Van de 8 oorspronkelijke gezinnen wonen er nu nog 4 koppels, de andere koppels trokken weg. De overige vier huizen worden nu verhuurd. De leeftijd varieert van 65 tot 1 jaar. Er wonen nu nog een twintigtal mensen. Eén zaterdag per maand wordt er door alle bewoners gewerkt aan/in de gemeenschappelijke delen zoals het proper houden van de binnenkoer, de paardenstal als berging voor fietsen en allerlei spullen en het onderhoud van de boomgaard en de moestuin. Ook één zaterdagvoormiddag wordt er vergaderd met alle bewoners. In de zomer wordt er vooral buiten geleefd en komt men heel veel samen. In de winter is dit iets minder. Er is ook nog een winkeltje, 24 op 24 open, waar je biogroenten en fruit kan aankopen. Je neemt mee wat je wilt, noteert dit in een schrift en iemand van de bewoners heeft als taak je later de nodige factuur ter betaling toe te sturen per e-mail. Die persoon zorgt ook voor het dagelijks onderhoud van de turbine en hoeft hierbij de vuiligheid die meekomt met het water weg te schrappen en te sorteren want er mag geen vuil in de turbine terechtkomen. Per maand heeft men een container vol met allerlei afval. Wie draait nu op voor het vuil van een ander? Het ministerie brengt de container en betaalt het uurloon, zo’n 1,5 uur per dag, van de schraper. Het organische vuil wordt teruggegooid in het water, de rest komt in de container terecht. Er werden ook al drie lijken uit het water gehaald. Sinds een 8-tal jaren ziet men veel hout en maïsstengels die afgebeten zijn door de bevers. Sedert een 5-tal jaren ziet men ook de Chinese wolgangkrabben in het water. Met het hout dat uit het water gehaald wordt kunnen 2 gezinnen 28 een hele winter lang stoken. De meegekomen vis wordt in de kolk opgevangen en via de speciaal aangelegde vistrap kan de vis terugzwemmen naar de bron van de Dijle. Jaarlijks organiseren ze ook ‘molenfeesten’. Als afsluiter drinken we nog een glas zelfgemaakt appelsap. We keren terug met de fiets via het natuurgebied ‘Wijgmaalbroek'. Na onze siesta wandelen we nu in groep naar het centrum van Wezemaal waar deze namiddag de jaarlijkse wijnfeesten van de Hagelandse wijnboeren doorgaan. Eerst trekken we naar het Hagelandse Bezoekerscentrum voor het bekijken van een film i.v.m. de wijnteelt in de streek. De verschillende wijnboeren vertellen over het vele werk in de wijngaard gedurende het hele jaar. Hier zien we ook de verschillende wijnboeren zodat we straks bij hen kunnen gaan proeven van hun heerlijke wijnen. Na de film bekomen we elk een wijnglas en 6 bonnen voor wijnproeverij. En nu op stap… We zien ook nog enkele oude ambachten zoals mandenvlechten, kantklossen, en wie zien we terug??? Ja, Jan, onze gids van de Javafabriek. Die zorgt ook hier voor de muzikale noot maar nu met zijn trekorgel. Terug aangekomen op de camperplaats stoelen naar voor op het terrein en we maken een hele, lange tafel om straks samen te aperitieven en te eten. Elk voorziet zijn groenten en aperitief met een versnapering erbij. De mannen leggen het vlees op het barbecuestel en zorgen dat het niet verbrand. Oei, oei, we krijgen muziek. In de verte horen we al gerommel. We zijn druk aan het speculeren of deze avond de ijsventer zal voorbijko- 29 men. Maar 19 uur is nu wel wat vroeg. Ja, zijn getoeter horen we al van ver. Geert loopt naar hem toe en vraagt of hij een uurtje later zou kunnen voorbijkomen, hij zegt eerst zijn toer af te werken en dan langs te komen. De laatste warme zomerdag wordt al meteen verstoord door licht gedruppel. Eerst lachen we ermee dat het niet veel zal worden en dat het snel opgedroogd is. Sommigen halen zelf hun visparaplu boven en installeren het boven hun tafel. Anderen halen een regenjas of een kleine paraplu, want ja het wordt steeds onweerachtiger. Iets later kunnen we gaan schuilen. Onze borden vullen zich met regenwater, het water pletst in de barbecue. Maar we blijven allen gezellig zitten. De bui is gauw over en opgedroogd. Nu nog wachten op onze ijsventer. Joepie, hij is daar. Iedereen haalt zijn bollen ijs, coupe dame blanche of coupe advocaat, we loeren wie het meest slagroom krijgt en welke soort ijs hij of zij neemt. Wat wordt er gelikt en genoten van dat ijsje waar we reeds twee dagen naar verlangen. Verder wordt het nog een gezellige zomeravond. Zondagmorgen, tijd om met de fiets naar het terrein van Werchter te trekken. We komen aan in de oude brouwerij uit 1869 waar Felix Van Roost het bier Jack-Op brouwde. Ernest Claes sprak reeds van dat bier in een van zijn boeken waar hij vertelde dat de studenten zot waren van het biertje Jack-Op. Deze oude brouwerij doet nu dienst als cultuurcentrum en museum van Rock Werchter. Wiske ontvangt ons met veel enthousiasme. Hanni trekt met de mannen 30 naar het terrein van Werchter. Wiske schetst de geschiedenis en de groei van Rock Werchter. Dat festival is ontstaan in het Westvlaamse Torhout in 1975 met als organisator Hedwig De Meyer, het was een dubbelfestival 1 dag in Torhout en ’s anderendaags in Werchter. Dat bleef zo tot in 1999. Herman Schueremans kwam er als tweede organisator bij vanaf 1976 en was hier de grote drive. Vanaf 1999 is het enkel nog in Werchter. Sinds de groeiden mee. Er moest catering, toiletten, camping, huisvesting voor groepen, meer en meer vrijwilligers, politiebeveiliging, Rode Kruis en allerlei leidingen voorzien worden. Er werd ook uitgekeken naar een groter terrein, want ook de podia werden groter en talrijker. Van enkele duizend bezoekers is het nu uitgegroeid tot een festival van 85.000 bezoekers. In het museum van Rock Werchter kan men goed de evolutie van de festivals zien. Op enkele computers vind je programma’s met een overzicht van alle affiches, persartikels , films die de sfeer weergeven en waar je je kan op terugvinden, deelnemende groepen en een quiz over het festival Rock Werchter. Het begon met enkele zangers en het gaat nu over een bezetting van een 60-tal groepen. Het prijskaartje groeide ook mee. Vroeger kon je binnengaan voor 70 Belgische frank, nu betaal je reeds meer dan 400 euro. Het festivalterrein werd aangekocht in Werchter en is zo’n 20 ha groot. Sedert de moddereditie van enkele jaren geleden, werden nu betonnen paden aangelegd waar alle leidingen onder verwerkt zitten. Er is een groot plein dat verhard is waar het hoofdpodium komt te staan. Daarnaast zijn er nog enkele andere podia. Sedert de aanslagen is ook heel veel aandacht gegaan naar de veiligheid. Bij het binnengaan word je gescreend aan de hand van je ticket en je armbandje. Bij het ontstaan was er 1 politieagent aanwezig nu ziet het blauw. In de tent van het Rode kruis is nu ook een chirurg aanwezig. Er is een grote infostand waar men voor alles terecht kan. Want met een pintje op weet niet iedereen meer naar welke bus hij moet, waar zijn camping en tentje is, enz. Alles is ook veel luxueuzer geworden. ’s Avonds wordt het terrein leeggemaakt, vrijwilligers van 31 enkele verenigingen gaan hand in hand en drijven zo de mensenzee van het plein. Nadien wordt met een borstelwagen het terrein proper gemaakt. Wie 20 plastieken bekers verzamelt en terugbrengt ontvangt nu een drankbon. Zo wordt het afval minder groot. De problemen met drugs blijven ondanks de heel grote controle. Security loopt tussen de festivalgangers. Sedert 2005 is het overgenomen door de Amerikaanse firma Live Nation, een bedrijf dat zich richt op de organisatie van grote evenementen. Sedert enkele jaren loopt ook het project van Arne Quinze. Op de toren, gebouwd uit containers, volgespoten met beton en met ijzeren staven doorboord, wordt elk jaar opnieuw door grafitispuiters o.l.v. Arne Quinze mooie schilderijen getoverd op de torenhoge containers en siert zo een jaar lang het festivalterrein. Het opzetten van alles begint vanaf 1 mei en loopt tot 8 juni. Eind juni of begin juli vindt het rockfestival plaats. Jaarlijks wordt het gras opnieuw gezaaid en de weide klaargelegd voor het volgende festival. Na het bezoek met Wiske aan het museum en met Hanni aan de festivalweide kunnen we nog een Jack -Op proeven. Wie wil kan een affiche meenemen. Zo, ons geslaagd weekend zit er weer op. We bedankten Simone en Maurice voor het ter beschikking stellen van hun terrein en de begeleiding van de fietsritten. Ronny voor het meebrengen van het barbecuestel en het nodige hout en Marie-Paule, Gilberte en Julien voor de organisatie van het week- end. Op naar het volgende … Uw verslaggever van dienst