Verslag Duitstalige Ardennen van 11 tot 13 april 2008 .

 

De weersvooruitzichten voor het weekend waren niet denderend. De mogelijkheid om een dag vroeger te vertrekken en de nog schijnende zon deden ons besluiten om een dag eerder richting Hoge Venen te rijden. Niet alleen wij redeneerden zo, want ook Bea en Françis waren vroeger ter plaatse. Een dag meer om onze conditie te verbeteren door een fiets- en wandeltocht. En dat konden ze ons al niet meer afpakken.

Vrijdag middag reden we dan naar Eupen voor het bezoek aan Jacques. Door een agent in burgerkledij werden we verbannen naar de tweede parking. Hadden we iets verkeerd gedaan of waren we te laat gekomen. Niemand zal het weten.

Aan de inkom krioelde het van mensen. Niet alleen zwervers zijn verzot op die zoete lekkernij, zelfs Hollanders doen hun portemonnee open voor die delicatesse. Wij werden in de tweede groep ingedeeld en belandden bij een gedistingeerde, schijnbaar stijve gids. Wat een foute inschatting van mij, want van bij het begin ontpopte onze gastspreker zich als een volleerde entertainer met een gezichtsmimiek die boekdelen sprak. En dat alles nog in perfect Nederlands. Daar sloop wel een addertje onder het gras als hij zijn vragenuurtje begon. Bij een schijnbaar verkeerd antwoord, fronste hij zijn voorhoofd, schudde meewarig zijn hoofd en legde de onfortuinlijke zwerfster op de slachtbank, om zijn vinger nog wat dieper in de wonde te leggen.

Na een eerste proevertje, gevolgd door een reep chocolade, mochten we ons een derde maal tegoed doen. Met lange teugen, snoven we de heerlijke chocoladegeur op die hing boven de inpakafdeling. We hoorden dat de werknemers gratis en naar hartelust konden snoepen, maar dat dit na twee weken doorgaans stopte. Persoonlijk zag ik iemand die het een heel tijdje langer had uitgehouden.

Bij het vertrek draaide iedereen rechtsaf richting wegenwerken. Een snelle check op mijn GPS toonde me een kleine omweg om het fileleed niet te moeten doorstaan. Een GPS is een fantastisch hulpmiddel, maar niet altijd te betrouwen. We hoorden dat bij enkelen het laatste stuk weg na de barrage er niet meer bij stond en daarom omkeerden omdat ze dachten dat ze verkeerd waren.

’s Avonds, bij pot en pint, verduidelijkte Pierre ons het programma voor dit weekend. Beginnen deden we met een wandeling en een fietstocht, maar niet op z’n Lucs. Vooral dat laatste interesseerde mij, en het was minder dan 15 kilometer en vrij vlak.

Verder werden we vergast op de tweede reeks vragen voor de weekendquiz. Sommigen probeerden hun antwoorden zo goed als mogelijk te verbergen, anderen haalden hun trukendoos boven om, zoals vroeger in ’t school, naar hartelust te spieken. Het was fijn om de mensen zo bezig te zien. Hadden we maar beter de inleiding gelezen! Dan wisten we dat die honderd vragen met verschillende keren het antwoord ‘100’ niets terzake deden met de eindvraag.

De volgende morgen waren de fietsers als eerste aan de beurt. Met 23 moedigen (dit was feitelijk niet nodig omdat het toch vrij vlak was)

gingen we op pad rond het stuwmeer. En vlot dat het ging. Maar mooie liedjes duren niet lang. Geen kilometer verder kropen we met Anouk, onze jongste deelneemster, naar ons eerste hoogtepunt. Bij dat ene bleef het niet en bij enkelen werden ze zwaarder en zwaarder. Anderen wilden zich niet gewonnen geven en sprongen mee met enkele voorbij flitsende wielerterroristen. Marcel en Christine waren nog niet helemaal overtuigd over de moeilijkheidsgraad en gingen langs een ommetje (waar hebben we dat nog gehoord) nog eens rond het meer. Hun eindoordeel was: niet vlak en bijna 16 kilometer . Ik heb een reputatie om de mensen soms iets aan te doen, maar ik moet bekennen dat ik hier zeker mijn gelijke of zelfs mijn meerdere moet erkennen in Pierre.

Iris had ook spijt dat ze niet had kunnen deelnemen aan deze tocht. Iemand moest mij toch wat inlichten over de korte wandeling. Het ging langs een natuureducatief pad waar een vos onze gids was en ons geleidde langs verschillende informatiepanelen.

In de na middag werden we aan het stuwmeer van de Gileppe verwacht. Keuze was er tussen een vrije na middag om dat te doen wat we zelf wilden of een fikse wandeling in het Hertogenwald. Met iets meer dan 40 gegadigden vertrokken we richting stuwdam. We slingerden langs de oevers om na een tijdje te klimmen naar een mooi uitzichtpunt.  Van hieruit ging het over onverharde wegen door het bos om uiteindelijk een smal slingerpad op te draaien dat nog maar onlangs was aangelegd. Zelfs de houtsnippers waren ze niet vergeten. Het daalde steil naar beneden om zo te belanden bij onze eerste mierenhoop. Maar niemand gaf thuis. Misschien ook op zwerversweekend? Bij de tweede hoop was er veel meer beweging. Beneden kwamen we in een kleine zondvloed terecht. Toch waren er nog enkelen te verleiden om een klein ommetje te doen om zo een blik te werpen op de onderkant van de stuwdam. Dan kregen we nog de laatste calvarieberg voor de voeten. Een steile klim naar de parking toe. Eén voor één bereikten we de top, zoals de renners in een zware bergrit met aankomst op een col in de Tour de France. Vroeg daar toch niemand om beneden in het café nog een pint te gaan drinken. Liefhebbers heb ik niet meer gezien.

Zondagmorgen bezochten we, in twee groepen, de stuwdam. Boven in het restaurant, waar we de vorige avond lekker gegeten hadden, kregen we de eerste uitleg. De grootte, het volume water, diepte … alles nog eens nagekeken door onze gids in zijn farde. Bij nader navragen bleek het dat dit zijn eerste keer was en dat ze rondleidingen in de toekomst willen promoten. Weer een primeur voor Zwervers Leuven. Wat de mensen wel het meeste verwonderde, was het niet efficiënt gebruiken van de centrale. Het stuwmeer dient alleen voor

drinkwatervoorziening, het regelen van het debiet van enkele stromen en het opwekken van elektriciteit enkel en alleen voor het complex, samen met een zestal huizen. Wat een verspilling! Ze spreken van groene energie, windmolenparken, bepaalde normen die moeten gehaald worden in afzienbare tijd, maar hier verwaarlozen ze, mits aanpassingen te doen, een grote bron van energie.

Dan was het de tijd om de binnenkant van de dam te zien. Met moeite konden we ons inbeelden dat we op een plaats stonden op ongeveer 55 meter onder het waterniveau van het stuwmeer. Met drieën kwamen we iets later buiten dan de rest van de groep. En daar begon de stuwdam water te spuiten en het werd krachtiger en krachtiger. Op een moment ging het er zo hard aan toe, dat er een waar gordijn van nevel in de hoogte opsteeg. Wie van de drie had met zijn handen niet van de knopjes of kranen kunnen blijven? Wie? Of was er toch iemand illegaal aan het lozen? Wie zal het zeggen!

Bij het afscheidsaperitief wachtte iedereen op de uitslag van hun zware hersenactiviteiten voor het oplossen van alle vragen, voornamelijk de laatste. Wonder boven wonder, een ex-aequo over gans de lijn. Iedereen viel in de prijzen. Hadden ze dit ooit kunnen voorzien. Maar we wisten al langer dat zwervers allemaal knappe koppen waren.

Van harte moeten we Rita, Pierre, Marie-Paule en Julien bedanken voor de inzet om weer een prachtig weekend in elkaar te knutselen, een jubileumweekend, het 100ste van Zwervers Leuven. Maar we willen ook alle mensen bedanken die geholpen hebben bij de negenennegentig vorige activiteiten.

Afsluiten doe ik met de woorden van een deelneemster: “ En nu op naar de volgende 100 weekends”.

 

Luc