Affligem

18 tot 20 oktober 2013

 

 

Vrijdag 18 oktober. Al de ganse ochtend hoorden we op de radio dat de E 40 Gent-Brussel ter hoogte van Wetteren was afgesloten ten gevolge van een kettingbotsing in de dichte mist. Eventjes zo een gevoel van: en wat nu ... Gelukkig was de weg weer vrij tegen de klok van tienen en was het er niet eens druk. Vlot bereikten we de trefplaats. Het is nog altijd spannend uitkijken wie er al is en wie we reeds kennen. Het aantal bekende gezichten groeit gelukkig aan. Al een beetje een 'vrienden onder mekaar' gevoel. Plezant!

Rond half drie start onze gegidste Hop- en Kluiswandeling aan de abdij van Affligem. Gelukkig hebben we aangepast schoeisel aangetrokken. Modder- en waterplassen zijn moeilijk te vermijden. We glibberen doorheen de 'Faluintjes' tot aan een nieuw aangelegd hopveld, een eerbetoon aan de teloorgegane hopteelt. Er is een draadveld en een staakveld, en een veld waar enkel de hopscheuten, de 'keesten', worden geoogst. In de middeleeuwen werden die gegeten door de arme bevolking. Van een ommezwaai gesproken ... Nu behoort dit streekproduct tot één van 's werelds meest exclusieve en duurste groente!
Van aan het veld hebben we zicht op de abdijgebouwen. Het is genieten in de najaarszon. Mieke Verhaeghe vertelt honderduit over het reilen en zeilen in en om de abdij. Het bier werd hier nog gebrouwen tot aan de 2de wereldoorlog. Wisten jullie dat alleen de maagdelijke,vrouwelijke hop wordt gebruikt als conserveer- en smaakmiddel. Ik in ieder geval niet. Weeral een beetje 'wijzer' geworden ...
We wandelen tot aan het legendarische 'Kluizeputteke' of  vruchtbaarheidsbronnetje. De naam spreekt voor zich. Wie op de rand is gaan rusten weze gewaarschuwd ...
In de Kluiskapel luisteren we naar de legenden over Dom Hildebrand met het eeuwigheidsvogeltje en over Dom Radulfus, bijgenaamd de Zwijger, die al 16 jaar niet meer had gesproken. Toen er een brand uitbrak in de abdij, sprak hij de woorden: "Vuur sta stil" en de brand was geblust ... Mooie, fantasierijke verhalen die zeker in die tijd, en zelfs nu nog, tot de verbeelding spreken.
Even verderop, achter de lange muur van het gewezen Benedictinessenklooster Maria Mediatrix, zijn druivenplukkers aan het werk. We zijn op het Domein De Kluizen, een jong Belgisch wijnbouwbedrijf van ongeveer 2,5 ha, dat werd opgestart in 1997 door Herman Troch. Door te kiezen voor druivenrassen die rijpen in onze Belgische zomer, kon men vanaf 2002 een opbrengst van zo'n 7000 liter wijn per jaar verwachten. De druiven worden allemaal manueel geplukt en geselecteerd. Ook de verwerking ervan gebeurt volledig artisanaal. Hier wordt dus eigenlijk toch nog écht monnikenwerk verricht ...
Al gauw komen we weer aan de abdij en trekken we ons terug in ons privé hotelletje.

Het is uitkijken naar de bierproeverij om 19 uur. Verwachtingsvol wandelen we met z'n allen naar 'd'Oude Brouwerij'. De naam spreekt voor zich. Hier brouwden de monniken al in de 12de eeuw bier voor eigen gebruik, want de regel van Benediktus schrijft voor dat de monniken zoveel mogelijk in hun eigen levensonderhoud moeten voorzien en bier was toen gewone tafeldrank en veiliger om te drinken dan water. Leuke gedachte toch ... 
Het is nog betrekkelijk rustig in de zaal en gids Ben Vermoesen kan aan zijn uitleg beginnen. Heden ten dage wordt het Affligems bier gebrouwen in Opwijk door Brouwerij De Smedt, die nu deel uit maakt van de Heineken groep. Die Hollanders toch hé ... Brouwmeester Ellen Mertens brouwt nog steeds volgens de 'Formula Antiqua Renovata', het oude recept van de monniken. De paters hebben dus toch nog hun zegje ... Gids Ben geeft ons ook nog een gouden tip. Affligems bier drinken helpt de paters. Wég schuldgevoel, nu enkel nog genieten van het lekkere gerstenat.
Er is voor ieder zijn smaak een brouwsel. Het blonde bier werd vroeger in de zomer gebrouwen en dagelijks door de paters gedronken. Van het 'nawort' werd een tweede brouwsel gemaakt dat aan de abdijpoort werd uitgedeeld aan de arme sukkelaars. Het heldere, volle abdijbier wordt door de bierdrinkers onder ons gesmaakt.
Affligem dubbel is donkerbruin, met een milde smaak. De meningen worden vergeleken en de decibels gaan al de hoogte in. Het proevertje Affligemkaas kan het alcoholgehalte in het lijf en het volume van de stem niet veel verlagen, ze nemen beiden toe ...
De koning der abdijbieren is de Affligem Trippel. Met zijn diepgouden kleur, zijn complexe smaak en zijn alcoholgehalte van 9,5 procent, is het een bier om écht van te genieten. In ver vervlogen dagen mochten de monniken dit zwaardere bier drinken tijdens de advent en de vastentijd. Van vasten gesproken ...
Met z'n allen zijn wij begaan met het welzijn van de paters en we degusteren uit vrije wil verder. Tot in de laatste openingsuurtjes is het genieten van de drank én van het gezelschap. De avond vliegt voorbij.

 

Zaterdag 19 oktober. Vanmorgen geen wekker vandoen! De abdijklokken luiden ons vrolijk wakker. Nog een overvloed aan tijd vóór het abdijbezoek.
Om 10 uur proberen we stil en geboeid te luisteren naar gids Ben Vermoesen.
De Abdij van Affligem ontstond vermoedelijk in 1062 toen 6 roofridders zich aansloten bij het Benedictijnse kloosterleven. De voorbije tien eeuwen heeft de abdij heel wat stormen doorstaan. De Franse revolutie en meerdere oorlogen verwoestten de gebouwen en joegen de monniken op de vlucht. Iedere keer opnieuw kwamen de Paters naar Affligem terug en sinds de tweede wereldoorlog is hun bestaan weer stabiel.
Er zijn nog 18 monniken in de abdij. Onder het motto 'Ora et Labora' probeert elke pater zich dienstbaar te stellen voor zijn gemeenschap. Er wordt iedere dag 7 maal gebeden, om 7uur30 is er het morgengebed, om 21uur de completen. Na het gebed komt de arbeid. Van portier tot bibliothecaris, van keukenhulp tot tuinman, elke pater doet zijn deel. Zelfs het poetsen van de keuken, de gangen, de refter, de kerk, kortom, alle onderhoud is monnikenwerk. Het valt ons op hoe alles hier glimt en blinkt, het is hier werkelijk 'Spic en Span'.
Regelmatig verblijven ook niet religieuzen in de gastenkamers. Studenten, schrijvers, mensen die nood hebben aan herbronning, iedereen is hier welkom zolang hij zich maar aan de regel houdt van stilte en rust. Dit lijkt aanlokkelijk, verblijven in zo'n prachtige locatie, maar leven en eten in stilte ... oei, het zal toch niet voor mij weggelegd zijn ...
Na een wandeling door de abdijtuin en het monnikenkerkhof is er tijd om te winkelen, te aperitieven en te lunchen.

In de namiddag mogen de fietsen in de garage blijven staan, we moeten ons niet verplaatsen. De taverne 'Oud Zandtapijt' is recent gesloten en de demonstratie en uitleg over zandtapijten gaat door in 'd'Oude Brouwerij'. Vroeger waren zandtapijten werkelijk tapijten van zand. Mooi om te zien, maar niet bedoeld om op te lopen, en meestal ook niet bedoeld om te bewaren. Dit is nu eenmaal het lot van de zandstrooikunstenaars en hun kunstwerken. Na een tijdje wordt alle zand weer letterlijk op een hoopje geveegd of verdwijnt het zonder genade in de buik van de stofzuiger. Een écht tapijt krijgen we door omstandigheden jammer genoeg niet te zien, wel zijn er kleinere werken die door fixatie aan de muur kunnen worden opgehangen. Foto's en film geven wel een vrij goed beeld. Kunstenares Greet De Boeck, de 'tekenjuf', bracht als kind vele uren door in het atelier van haar vader. Door hem te zien werken, raakte ze in de ban van het zand. De fijne zandkorrels glijden door haar vrije hand en zo tovert ze haar eigen creaties op haar houtplank. Ze is nog een échte zandstrooister. Ze is er zó vol van, zó bezield, we hangen aan haar lippen. Ze kan ook zo vlot vertellen, bewonderenswaardig! Zij zal de kunst van het zandstrooien niet verloren laten gaan. Het is haar doel de Hekelgemse traditie verder te zetten en er zelfs nieuw leven in te blazen.
Na de boeiende uitleg smaakt het rijsttaartje en de koffie. De compagnie is gezellig en de gesprekken legio. Genieten!

's Avonds niet zelf in de potten roeren, de voetjes onder tafel ... Plezant.
De rustige tafelbabbeltjes worden al snel drukke gesprekken. Ik hoor mezelf bijna niet meer denken ... Het rumoer wordt gelukkig regelmatig onderbroken door een zalig geroezemoes. Het eten smaakt en het brouwsel van de paters loopt zoetjes binnen. Er wordt volop 'getetterd' en wij doen geestdriftig mee natuurlijk. Het is veel te snel sluitingstijd. Het wandelingetje tot aan de motorhome doet deugd. Het is helemaal niet koud en het belooft een zachte nacht te worden.

 

Zondag 20 oktober. Rond 9 uur verplaatsen we ons naar de parking van de 'Lidl'. Niet allemaal samen natuurlijk ... Min of meer toch? Altijd moeilijk hé ...
Van hieruit stappen of fietsen we naar de Kruisstraat. Hier woont Kristof Van Der Straeten, lid van 'Geronimo', een club die zich bezighoudt met het behoud van oude militaire voertuigen. Samen met nog vijf vrienden restaureert hij jeeps en pantservoertuigen. Hij is een selfmadeautome-chanieker. Als leraar van beroep beschikt hij over voldoende vrije tijd om zo'n verroest vehikel volledig uiteen te halen, op te kuisen en kapotte onderdelen te herstellen. De techniek is niet aan mij besteed, mijn ogen zien alleen maar wat ik zie, en het resultaat mag er zijn. De mannen keuren, bekijken, betasten, proberen, en halen vooral veel herinneringen op.
Er staat niet alleen oorlogstuig, er is een Mustang uit '69, een Ferrari uit '89, een Chrysler uit 1940 én een Jaguar die pas 10 jaar oud is. Daar zie ik mezelf wel mee rondrijden! Dromen mag hé ...
In het herfstzonnetje is het zalig terugkeren naar de motorhome.

't Is weeral voorbij. 't Was gezellig, boeiend en aangenaam. Na de verwennerij met lekkere cake en sap rijden we weer voldaan huiswaarts en kijken reeds uit naar het eindejaarsweekend.
Bedankt Tine, Luc, Iris en Luc. 't Was weer fijn om erbij te zijn.

 

Lieve