Merksplas Landlopers worden werelderfgoed

8 tot 10 juni 2018

 

Ons weekend in Merksplas start op vrijdagnamiddag. Met de fiets rijden we drie km verder voor een bezoek aan een tomatenkwekerij. Door samenvloeiing van 4 tomatentelers komen ze tot het bedrijf:   'Den Berk Délice'.  Met een totale oppervlakte van 52 hectare, vertelt onze gids dat het bedrijf het hele jaar door tomaten kan produceren, weliswaar met piekperiodes zoals nu in de zomer. Een serre staat maar 14 dagen per jaar leeg. Dan gaan de oude planten eruit, en de serre wordt volledig ontsmet en gepoetst. Daarna komen de nieuwe planten, met een hoogte van 80 cm, in een potje te staan. Computergestuurd krijgen zij het nodig vocht en de voedingstoffen via een druppelteller. Ze groeien zo de hoogte in via een steundraad. Ondertussen is de eerste rij rijp en staat ze op plukhoogte. Op de 2de rank  hangen de groene, mooi gevormde tomaten, nog hoger kleinere groene en de bovenste rank staat in bloei om bevrucht te worden door de insecten die in de kasten rondvliegen. De ranken komen zo trapsgewijze naar beneden. De geplukte ranken worden naar beneden geleid en kunnen een lengte van 14 meter bereiken. Nadat de plukbakken gevuld zijn met bv. de 'Miss Perfect'-variëteit gaan ze naar de sorteerafdeling om dan verpakt te worden volgens de bestelling van de klanten zoals Delhaize, Colruyt en anderen. Na aankoop komen ze dan op onze borden terecht. Het bedrijf is zelfbedruipend wat betreft warmte-energie, water en CO2-uitstoot voor de planten. Er werken ongeveer 250 personen, waarvan veel van Roemeense origine. De handenarbeid bestaat uit het plukken, de ranken opbinden, de zijscheuten verwijderen, het sorteren van de tomaten, het wegen en het verpakken. Het bedrijf is gespecialiseerd in snoeptomaten in alle kleuren en vormen, trostomaatjes en de Kumato-tomaat (een donkere bijna zwarte tomaat).

Zaterdagmorgen vertrekken wij terug met de fiets richting 'Merksplas kolonie'. Er is genoeg te zien en te vertellen om er een ganse dag door te brengen. Wij beginnen in de voormiddag met een getuigenis van een gepensioneerde cipier die zijn werksituatie komt vertellen van toen hij startte in de jaren ’70. Hij voegt er onmiddellijk aan toe dat dat niet meer van toepassing is heden ten dage.   Als gevangenisbewaker heeft hij in verschillende gevangenissen over heel België gewerkt, met als gevolg veel verhuizingen of lange uren woonwerkverkeer. Hij heeft veel lof over het reilen en zeilen in de gevangenis 'Leuven Centraal' die een open regime hanteert. Zijn voornaamste werkinstrument was 'de sleutel' en dat spreekt voor zich. Een andere eigenschap is 'alert' zijn, vooral als er veel beweging is in de gevangenis, bv. een gevangene moet naar het gerecht of naar de dokter of gaan werken. De gevangenisdeur is ook voorzien van een 'judasoog'  waar de cipier regelmatig door kijkt en waardoor de gevangen en cipier kunnen communiceren. De maaltijden worden door een iets grotere opening doorgegeven. De nachtemmer in plastiek moest 's morgens buiten gezet worden, maar die werd ook gebruikt om hun frustraties te uiten. Soms werd hij buiten geschopt met alle gevolgen van dien. Hij werd ook af en toe gebruikt als postbode om boodschappen onderaan te plakken en door te geven aan medegevangenen. Ik kan alléén maar vaststellen dat het beroep van cipier een roeping moet zijn. Anders kan je niet respectvol en op een menselijke manier  met de gevangen omgaan wat hij of zij ook gedaan heeft. Een rondgang in het gevangenismuseum laat de evolutie zien van het gevangeniswezen, te beginnen bij de middeleeuwen, waar de lijfstraffen zoals een lidmaat afhakken, normaal waren. Ook de evolutie van de cellen, de meubilering en de kledij kwamen aan bod. Na onze picknick genieten wij van het zonnetje en van een trouwpartij op het domein. Om 14 uur starten we met een gegidste wandeling door het prachtig gerestaureerde domein, de vroegere 'landloperskolonie'. Begin 1800 stond het huidige België onder Nederlands bestuur. Door de vele oorlogen en grote werkloosheid was er veel armoede. Zo leefden de bedelaars en landlopers aan de rand van de maatschappij. Ze werden aanzien als gevaarlijk volk dat veel overlast bezorgde. Een zekere Generaal Johannes Van Den Bosch wou die mensen een betere toekomst bieden. In het Noorden had hij ervaring met de oprichting van kolonies en dat ging goed. Daarna kwamen er twee in het Zuiden, nu Belgisch grondgebied Merksplas(5) en Wortel(7). De mensen die opgenomen werden in de kolonie waren verplicht te werken in de landbouw en moesten een geloofsovertuiging hebben. Het speelde geen rol welke, iedereen was welkom in de Kapel. Ze was niet uitgesproken katholiek, wat zich vertaalt met een medaillon van een leeuw verwerkt in de architectuur van het gebouw. Kerk en staat waren niet zo gescheiden. De architect voor de gebouwen van die periode was Victor Besme. Er  werden massaal heidegronden aangekocht. Men bracht structuur in het landschap met rechte lanen en dreven, wat een zekere rust uitstraalde.  De mensen hadden voedsel en zo ontstond er een dorp in een dorp met een school, een ziekenhuis, bedrijfjes en handel, alsook een kerkhof verderop. In 1993 is de wet op landloperij afgeschaft. De site is niet gespaard gebleven van verval, maar vandaag staan de gerenoveerde gebouwen te pronken en is het hele project van weleer, kandidaat voor erkenning als Unesco werelderfgoed. Zaterdagavond: een zeer geslaagde maaltijd met een nieuw concept. Zondagvoormiddag rijden wij met onze camper richting Loenhout. We worden verwacht op het bedrijf Romberama,  een Amarillyskwekerij. In 2006 nemen de broers Ben en Raf het Amarillysbedrijf van hun ouders over. Vandaag doet Ben het verder zonder zijn broer, samen met een 20-tal Roemeense seizoenarbeiders en familiale hulp. De Amarillys is van oorsprong een ZuidAmerikaans bolgewas. Men bootst hier het klimaat na. Zo een bol kan tot 30 jaar oud worden. Het bedrijf is gegroeid in oppervlakte en technologie. Gaande van een watersproeisysteem, drainage en opvang van het water voor recuperatie, tot bolverwarming door een warmtepompregelaar met sensor. Die houdt de toestand van de plant in ‘t oog, want een plant kan onderhevig zijn aan stress. Om de drie jaar wordt een perceel ontdaan van de bollen. De bollen worden dan gedurende 2 uur gekookt aan 46°C om de bollen te ontsmetten van ziektekiemen. Als ze goed droog zijn, mogen ze terug in de serre op een vers bed. Dat bestaat uit een plastiek boven de vloerverwarming die gevuld wordt met 'Perlietkorrel' (dat is zeer duurzaam erts en kan goed het vocht vasthouden). Het sproeien gebeurt automatisch, soms vier keer daags en het teveel aan vocht wordt gerecupereerd. Over de bollen monteert men een raster als ondersteuning voor de bladgroei. Wil men bloemen hebben begin december, dan brengt men de bol eerst tot rust gedurende 10 weken. De bollen worden dan opgewarmd tot 22° C. gedurende een 10-tal weken. In de serre is een temperatuur van 16° C voldoende. Dan komt de bloei tot stand ... joepie ... soms twee stengels per bol. De pluk (115.000 stelen/dag) gebeurt met een draai- trekbeweging en ze worden meteen gesorteerd in dozen volgens hun lengte (80 cm is de meest commerciële). De Amaryllissen van Romberama zijn edele bloemen met passie en liefde gekweekt, waardoor zij ook internationale prijzen behalen zoals de bronzen roos. Het bedrijf Romberama heeft nog een productielijn van blauwe bessen. Met een 'event-ruimte' is er een mooi kader gecreëerd om allerlei feesten te organiseren zoals een huwelijk, babyborrel, bedrijfsevenement ...  Wij worden getrakteerd op koffie en cake.

Ons zeer geslaagd en goed gevuld weekend wordt afgesloten met een drankje en hapje.

 Proficiat aan de inrichters Luc en Iris, Marc en Marina Een zeer tevreden zwerver!