Iedereen Genkt, wij ook! 5 tot 7 oktober 2019

 

 

Met de radio 2-reclame van '50 jaar Shopping 1' in de oren komen we aan op parking 'De Uitdaging' in Genk. Het zonnetje schijnt en we zijn er klaar voor om de uitdaging aan te gaan. Alle motorhomes staan netjes in rij op het verharde deel van de mooie parking, maar al snel wordt er heen en weer gereden om een plaatsje in te nemen op het gras. Onder de bomen vallen de eikels uitbundig naar beneden met een tokkelsymfonie als gevolg ... Dat wordt niet zo gesmaakt door wie het moet ondergaan en ik moet ook toegeven dat we op het gras wél TV

kunnen kijken. Mooi meegenomen toch … We staan aan de voet van C-mine en de kazerne van brandweerzone Oost-Limburg. Daar worden we hartelijk ontvangen en luisteren aandachtig naar Bert's geanimeerde presentatie over brand en brandpreventie. We worden op het hart gedrukt dat gasflessen écht niet in de kelder horen. Bij eventuele brand zijn dat dodelijke bommen! Er worden goede voornemens gemaakt. Thuis zullen we allemaal rookmelders plaatsen in de kelder, de hal en op de gang en wie een smartphone heeft, installeert onmiddellijk de '112 BE'-app. En neen Georges, op jouw toestelletje lukt dat jammer genoeg niet ... Na een 'Merci-tje' voor Bert gaan we mee met Stan voor de rondleiding door de kazerne. Net als we naar het wagenpark gaan kijken, is er een oproep voor een huisbrand. In een mum van tijd rukken vijftien man uit met vier voertuigen: een manschappenwagen, een watertankwagen, een ladderwagen en een dienstvoertuig met de commandant. Gelukkig voor onze oren vertrekken ze enkel met zwaailicht en niet met loeiende sirenes. In de brandweerkazerne van Oost-Limburg werken 60 beroeps en 60 vrijwilligers waaronder één vrouw. De beroeps werken in ploegen van vijftien man. Ze gaan 24 uur op en zijn vervolgens 72 uur thuis. Wie 16 denkt dat brandweermannen enkel brandjes blussen, heeft het goed mis. Het is een veeleisende baan met een zeker risico. Brandweerlieden moeten kunnen functioneren in extreme omstandigheden en moeten dus beschikken over een goede lichamelijke en geestelijke conditie. Elke dag begint met koffie, maar niet van 8 tot 10 zoals Julien al lachend had geplaagd ... Er wordt in de kazerne een maaltijd bereid, dus een brandweerman moet kunnen koken. Het wagenpark wordt door henzelf onderhouden. Er wordt gepoetst en gewassen, ontsmet, slangen worden gedroogd en opgerold ... Dat alles klinkt ons als muziek in de oren. Voor de vrouwen onder ons lijkt die spuitgast wel ‘Dé Ideale Man’ ... Na het bezoek aan de toren, met daaronder de regenwaterput van 280.000 liter, krijgt ook Stan een ‘Merci-tje’. We zijn toch weeral veel wijzer geworden en na een de gezellige avond in het schuttersheem gaan we slapen met een tevreden gevoel. Misschien dromen we wel van … Zaterdagmorgen straalt de zon weer aan de hemel. C-mine staat op het programma. Aan de voet van de indrukwekkende schachtbokken start onze gids 'heikneuter' Willy met zijn uitleg. De ganse streek- en mijngeschiedenis wordt uit de doeken gedaan. De C van C-mine staat voor Coal mine, Cultuur, Creativiteit, Commercie, Cinema, Culinaire belevenis en Conditie. We stappen naar de machinezaal in het indrukwekkende energiegebouw. Hier was het kloppende hart van de mijn. Via de prachtige gietijzeren Art Deco-trap komen we bij de drie enorme compressoren die zorgden voor de perslucht voor de machines in de mijngangen. De mooie materialen in de enorme zaal getuigen van een grote rijkdom. We dalen af in een oude luchtschacht. Aan het begin en op het einde van die luchtgang bevindt zich een enorme ventilator en een brede schouw. Die zorgden voor zuurstof, afkoeling en gasafzuiging in de 100 km lange 17 mijngangen. We nemen plaats in een tijdscapsule, zetten de helm op en laten ons virtueel meevoeren naar de hoogdagen van de mijn in de jaren 50. We dalen samen met de mijnwerkers af in de mijngangen. We rijden, stappen, zweven en vliegen mee. We worden er zowaar duizelig van. Wat een ervaring! Op het eerste platform van de grote schachtbok halen we een frisse neus en krijgen we een zicht op de omgeving. De mijnsite is een prikkelend nest voor ondernemers, artiesten, studenten en cultuurliefhebbers. Indrukwekkend allemaal! Als afsluiter vertelt gids Willy ons nog over de vele nationaliteiten die in de mijn moesten samenwerken. Zo ontstond er een eigen taaltje onder de mannen. Eén zin moeten we absoluut onthouden: 'Af die wijf jong' ... wat zoveel betekent als: dit is mijn perfecte vrouw. Wauw! Vandaag een perfecte vrouw en gisteren een perfecte man ... Hier moeten we zeker nog terugkomen! Na de lunch gaan we fietsen. In een lange bonte, oranje en geel gekleurde sliert, rijden we gezwind op het fietspad door de bebouwde kom. Dank zij de wegkapiteins gaat het vlot en veilig vooruit. Het is druk op deze zomerse zonnige herfstdag en naast mekaar rijden zit er praktisch niet in. De 29 km lange tocht voert ons naar het natuurgebied 'De Wijers'. Daar fietsen we op een strook van meer dan 250 meter lengte dwars door een vijver. Het water komt aan weerszijden op ooghoogte en we lijken te versmelten met de omgeving. Dit is zeker uniek! Benny had het lumineuze idee om eventjes om te rijden naar 'Taverne Koe-Vert' op het prachtige 'Domein Kiewit'. De verfrissing en de sanitaire stop zijn van harte welkom. Merciekes Benny. 's Avonds kunnen we aanschuiven bij pastabar 'Ciné Cittŕ' op de mijnsite. Er wordt naarstig en geanimeerd geconverseerd en menig pastabordje wordt verorberd. Met zicht op de mooi verlichte schachtbokken en met het buikje vol, wandelen we weer naar ons rijdend hotelletje 18 19 Na enkele nachtelijke regenbuien is het op zondag weeral goed fietsweer. Met een truitje meer trekken we naar de Kattevennen. In de Cosmodrome wacht de gids ons op. Hij doet mij een beetje denken aan professor Gobelijn, maar dan zonder witte snor. Hij neemt ons mee naar de fulldome. Daar bevindt zich een hightech 360° projectiezaal. We nemen plaats in heel comfortabele stoelen en achterover liggend genieten we van een spectaculaire film over 'Natural Selection'. We treden in de voetsporen van Charles Darwin en reizen met hem mee de wereld rond, op zoek naar de geheimen van de evolutie van het leven. Na deze unieke filmbeleving verandert 'mijn professor' in een ware 'Astroranger'. Hij laat ons kennismaken met de sterren en planeten om ons heen. Zijn vragen stellen ons op de proef. We bakken er niet zo veel van ... Sterrenbeelden? Ik ken er eigenlijk maar twaalf ... die van in de 'boekskes' natuurlijk ... Maar er zijn er in werkelijkheid maar liefst 88, waarvan er 36 voornamelijk vanaf het noordelijk halfrond te zien zijn. Onvoorstelbaar! Tenslotte neemt de man ons mee naar het observatorium. In het midden staat een superlange telescoop. We proberen om allemaal plaats te nemen op het draaiende platform, want er zouden 50 personen op kunnen ... En wij maar proppen en ons zo dun mogelijk maken ... Haha, had die ons goed liggen zeg! Er staat in de brochure dat het draaiplatform plaats biedt aan 25 mensen ... Van de rest van zijn hooggeleerd verhaal hoeven we gelukkig maar één ding te onthouden: kijk nooit ofte nimmer in de zon! Achter de telescoop wordt het zonnebeeld geprojecteerd op een witte achtergrond. In feite zien we enkel een heldere vlek op een plaat, weinig indrukwekkend toch, of heb ik het mis? Het papiertje dat hij in een mum van tijd door de zon laat ontbranden, maakt bij velen jeugdherinneringen los. Op de terugweg lopen we door de permanente tentoonstelling die start bij het absolute begin van de kosmos, 13,8 miljard jaar geleden: 'De Oerknal en wat er daarna kwam'. De tijd vliegt veel te snel en wij fietsen vliegensvlug naar onze motorhomes terug. Bij een drankje en een plakje cake wordt nog gezellig nagepraat. Hartelijke dank aan de organisators Tine, Marie-Paule, Luc en Julien. Het was weer fijn om samen te zijn. We hebben er ten volle van genoten.

 

Het woord 'Heikneuter' werd in de volksmond gebruikt om iemand aan te duiden die als boer in een klein boerderijtje de zanderige grond van de streek probeerde te bewerken. Omdat de Genkenaren vóór de exploitatie van de mijnen door de omliggende dorpen en steden als keuterboeren werden beschouwd, kregen ze de scheldnaam ‘Heikneuter’. Na de economische bloei van Genk, werd de naam ‘Heikneuter’ enkel nog plagerig of ludiek gebruikt.