Op zoek naar het ‘onbekende’ Leuven 25 tot 27 mei 2018

 

Aankomst op de parking van de IJsschaatsbaan te Heverlee bij 25°C. Om 11 uur gaat het te voet naar de kazerne voor een bezoek aan het Museum 'St Joris'. Op 01 juli 2011 houden alle nog actieve Verkenningseenheden van de Jagers te Paard op te bestaan en worden omgevormd tot een nieuwe eenheid: het 'Bataljon Jagers te Paard' in Heverlee. Alle patrimoniumstukken van de ontbonden eenheden 1ste, 2de en 4de Jagers te Paard worden voorlopig ondergebracht in een lokaal achter de oude kapel in het kwartier Bn JP. De korpscommandant Luitenant Kolonel SBH ABTS geeft de opdracht een project uit te werken waar een maximum van de patrimoniumstukken worden in opgenomen: standaarden, wapens, foto’s, boeken en diverse geschriften, een opgezet paard, jeep, enz. Een collega maakt er een museum van met als thema 'Reis door het bestaan van onze Jagers' en tracht op die manier een maximum aan patrimoniumstukken te verwerken. In december 2013 slaagt hij erin samen met zijn helpers het museum af te krijgen. Bij ons komt het geheel eerder over als een inventarislokaal dat snakt naar meer ruimte om alles overzichtelijk te kunnen uitstallen. In diverse hoeken en achter gordijnen staan allerlei stukken opgesteld die nog geen plaatsje konden krijgen. En ook, op het vroegere doksaal was het snikheet. Vrijdagnamiddag fietsen en bussen we naar Leuven om de vzw IMEC te bezoeken. Deze afkorting staat voor Interuniversitair MicroElektronica Centrum. IMEC is het grootste onafhankelijke Europese onderzoekscentrum op het gebied van micro-elektronica, nano-technologie, ontwerpmethodes en technologieën voor ICT-systemen. Het startte in 1984 met Prof. dr. ir. Elektronica Roger Baron Van Overstraeten als oprichter en leider tot aan zijn dood in 1999. Het resultaat is een grote investering op de campus van de KU Leuven, maar met deelname van onderzoeksgroepen uit de andere Vlaamse universiteiten. Ondertussen is IMEC zijn Vlaamse wortels ontgroeid en heeft het talloze onderzoeksovereenkomsten met universiteiten en elektronicabedrijven van over de hele wereld. Mijnheer Luc Huysmans maakt ons wegwijs in het enorme bedrijf dat tot taak heeft chips te ontwikkelen van grote tot ultra kleine, op nano-grootte, d.w.z. niet meer waarneembaar met het blote oog, voor alle mogelijke elektronische toestellen: computer, gsm, camera, video, enz. enz. Hij toont ons de opslagplaatsen van de energie- en andere producten en gassen en vertelt dat er in het bedrijf 2000 mensen werken, die samen 78 verschillende talen spreken. We passeren het zgn. elektronenkanon, een mini-apparaat enigszins vergelijkbaar met dat van het CERN in Zwitserland, het Europees laboratorium voor deeltjesfysica. Maar de max is voor ons het gigantische labo, de zgn. 'Clean Room', dat we van achter een glazen wand mogen bekijken. Men is er ook een nieuwe ruimte aan het installeren met hoog technologische apparatuur. De meesten doen alle verplaatsingen met de fiets maar Monique is een uitstekende gids om de minder mobielen via het openbaar vervoer te begeleiden naar de te bezoeken plaatsen. ’s Avonds houden we het gezellig met een samenzijn in de cafetaria. Bij het naar 'HUIS' gaan, krijgen we huiswerk mee, waar iedereen onmiddellijk aan begint. Door het oplossen van de puzzel wordt ons duidelijk gemaakt dat we aan de 200ste editie van een WE Zwervers Leuven bezig zijn. Ja wadde! Wat moesten we vinden? ZWERVERS LEUVEN VRIENDSCHAP SAMEN DEELNEMERS BESTUUR ACTIVITEITEN 200 KEER DANKJEWEL! We krijgen er nog een mooie bladwijzer boven op. ’s Zaterdags fietsen of bussen we naar Leuven Centrum, waar we de raadskelders induiken met de 'Mannen van ’t Jaar' die ons gidsen. Het bestaan van de ‘Mannen van het Jaar’ is een typische eigenaardigheid van Leuven, een unicum in Europa en wellicht op wereldniveau. Het specifieke van de Leuvense jaartallen is wel het stichten van een vriendenkring, louter op basis van het gemeenschappelijk geboortejaar met uitsluiting van om het even welk beletsel van sociale, politieke, godsdienstige of filosofische aard. Belangrijk is dat men NIET in Leuven dient geboren te zijn of te wonen om deel uit te maken van de vriendenkring. Tussen de trouwers door worden wij verwacht op het Leuvense stadhuis. Wij mogen met de schepen van toerisme, Dirk Vansina, mee naar boven, naar de raadzaal waar L. Tobback nog steeds de scepter zwaait. Daar verklapt hij dat er een motorhome-parking komt in Kessel-Lo nabij het provinciaal domein - met bushalte vlakbij - op 10 minuten van het centrum. En nadien mogen we aanschuiven voor een receptie, aangeboden door het stadsbestuur n.a.v. onze 200ste keer! Surprise … Nadien zijn we vrij om een hapje te gaan eten en de zoektocht door Leuven 'Aan de oevers van de Dijle' aan te vatten met detailfoto’s op zoek naar stenen lichaamsdelen. Voor velen een zware opdracht met die hitte. In de uitnodiging was een bakker aangekondigd die op zondag zou langskomen, maar na het gezamenlijk avondeten vernemen we dat het weer een surprise is, en wat voor één: een gezamenlijk zondagsontbijt met voor elk 4 stuks verschillende broodjes. Awel het bestuur ontziet geen enkele moeite om het meer dan ooit naar onze zin te maken! Op zondag om 11 uur is er nog een bezoek aan het 'Gidsen en Scoutmuseum', ondergebracht in de kapel van de vroegere Sint-Geertruiabdij. Dat museum van Leuven behoort tot de toppers van de scoutingmusea in Europa. Volgens de vele buitenlandse bezoekers heeft het zelfs een van de meest merkwaardige en volledige collecties in de wereld. Je ontdekt er de geschiedenis van de scoutbewegingen, gesticht door Baden Powel, wiens borstbeeld in het middelpunt prijkt. Een oud-scout gidst en toont ons een overvloed aan kentekens, vlaggen, foto’s, documenten en allerlei voorwerpen. En de Leuvenaars die kijken hier hun ogen uit. Ook zij kenden dat deeltje 'onbekend Leuven' niet! Na een drankje in de plaatselijke cafetaria - het 'scoutbier Hopper' heeft hier een vlotte aantrek - mogen we huiswaarts keren. Dikke merci aan allen die er aan meewerkten, vooral Marie-Paule, Julien en Gilberte! Het viel in de smaak … Annemie